Oorlogsslachtoffers S.V.D in Indonesië

Oorlogsslachtoffers S.V.D in Indonesië

Jan van Zeeland SVD

De oorlogsjaren 1940 – 1945 waren voor de missionarissen in Nederlandsch-Indië ( nu Indonesië) een tijd van zware beproeving. Van de 192 paters en broeders, die er begin 1940 werkten, vielen er ten gevolge van de oorlog maar liefst 179 uit.

Op 11 mei 1940 interneerde de regering van Nederlandsch-Indië alle Duitse en bijna alle Oostenrijkse missionarissen : 44 paters en 18 broeders. Na zes weken werden ze getransporteerd naar Sumatra. Bij het uitbreken van de oorlog met Japan werden ze met drie schepen naar India overgebracht. De eerste twee bereikten Bombay, maar het derde schip, de stoomboot “Van Imhoff”, werd door een vijandelijke onderzeeër tot zinken gebracht op 19 januari 1942 nabij het eiland Nias. Onder de 400 opvarenden, die verdronken, waren 14 priesters en 4 broeders SVD. Hun namen staan in “Nusa Tenggara”,  blz. 54. Een broeder kon zich redden door zich aan een reddingsboot vast te klampen.

Daags nadat op 15 mei 1942 de Japanse troepen bij Ende op Flores waren geland, werden de meeste Nederlandse en Poolse medebroeders gevangen gezet in Ndona en na twee maanden (15 juli 1942) naar Celebes overgebracht.

Op Timor ondervonden de Japanners heftige weerstand. Dat verklaart waarom ze onbarmhartig hard optraden. Alle paters, broeders, zusters en zelfs de Duitse missionarissen werden geïnterneerd op 25 mei 1942 in Atambua en begin september 1943 overgebracht naar Celebes. Op Celebes werden de geïnterneerden eerst ondergebracht in een kamp te Makasar. Daarna, op 200 km van Makasar, in Paré-Paré. Vervolgens, vanwege voortdurende bombardementen, in Bodjo en tenslotte in Bolong. Alles tezamen 96 paters, 18 broeders en 42 zusters.

De internering heeft een zware tol geëist door de erbarmelijke, materiële toestanden, het gebrek aan voedsel en geneesmiddelen en door de ruwe, soms onmenselijke behandeling vanwege de Japanners. Voor de geringste overtreding van het kampreglement werd de knuppel gehanteerd.

Volgens een lijst van pater Johan Swinkels SVD  waren op Celebes  (nu Sulawesi) 116 missionarissen SVD (waaronder 2 Duitse ! paters en 2 Poolse broeders) geïnterneerd van mei 1942 tot augustus 1945. Daarvan zijn daar de volgende medebroeders gestorven.

Pater Jacob de Bruin, geboren op 16/06/1906 te Berghem en overleden op 04/12/1944 aan dysenterie in Bodjo.

Pater Henk Greuter, geboren op 26/08/1904 te Kadwoude en overleden op 02/12/1944 aan dysenterie

in Bodjo.

Pater Antoon Hinke, geboren op 10/10/1903 te Grootebroek en overleden op 14/12/1944 aan dysenterie in Bodjo.

Pater Thomas Koning, geboren op 29/05/1897 te Spanbroek en overleden op 12/06/1945 vanwege totale uitputting in Bolong.

Pater Willem Martens, geboren op 06/01/1898 te Asten en overleden op 29/11/1944 aan dysenterie in Bodjo.

Broeder Benedictus (Lambert) de Prie, geboren op 27/03/1893 te Roelofarendsveen en overleden op 28/09/1945 in Makasar ten gevolge van de geleden ontberingen in het kamp.

Pater Jan Smit, geboren op 28/03/1899 te Andijk en op 21/10/1944 omgekomen bij een luchtaanval op het kamp Paré-Paré.

Pater Leo van Well, geboren op 02/03/1899 te Horst en overleden op 27/11/1944 aan dysenterie in Bodjo.

Broeder Crispinus (Petrus) de Wilde, geboren op 04/08/1908 te Amersfoort en overleden op 30/11/1944 aan dysenterie in Bodjo.

Allen worden vermeld in het Slachtofferregister O.G.S. (Oorlogsgravenstichting). Volgens dit register zijn Henk Greuter, Antoon Hinke, Thomas Koning, Willem Martens, Jan Smit, Leo van Well en Crispinus de Wilde begraven  op het Nederlands Ereveld Kalibanteng te Semarang.

Pater Jan Nelissen SVD schrijft op 30 oktober 1945 : “Op het kerkhof van Kali Bodjo, onder een mangoboom, liggen begraven de paters Jacob de Bruin, Henk Greuter, Antoon Hinke, Willem Martens, Leo van Well en broeder Crispinus de Wilde”.

Broeder Petrus Laan SVD vermeldt in een brief gedateerd : Ende, 23.11.1976 : ”Alle gestorven geïnterneerde medebroeders werden later vanuit Pare-Pare, Bodjo en Bolong naar Makassar overgebracht en rusten daar bij elkaar op het kerkhof”.

De laatste standplaats/missiestatie voor de internering was : Jacob de Bruin : Haleloelik, Timor; Henk Greuter : Detoesoko, Flores; Antoon Hinke: Ende, Flores; Thomas Koning : Ruteng, Flores; Willem Martens : Lamalera, eiland Lomblem; Benedictus de Prie : Ende, Flores; Jan Smit : seminarie Todabeloe, Flores; Leo van Well : Badjawa, Flores; Crispinus de Wilde : Ledalero, Flores.

De eerste missionarissen die na de oorlog Celebes konden verlaten, waren de paters, broeders en zusters van Timor. Zij landden op Timor op 18 november 1945 in Kupang.  “Der Empfang der Missionare durch die Christen überstieg alle Vorstellungen, überall zeigten die Menschen grosze Freude und Dankbarkeit.” “Nusa Tenggara”, blz. 64.

De missionarissen van Flores gingen op 19 december 1945 in Maumere aan land. “… herzlich war der Empfang der Floresmissionare…Die bittere, an schweren Opfern überreiche Kriegszeit war endlich vorbei.” “Nusa Tenggara”, blz. 64.

Bronnen :

  1. Kurt Piskaty en P. Joanes Ribéru SVD, Nusa Tenggara. 50 Jahre Steyler Missionare in Indonesien (1913 – 1963), Steyler Verlag, 1963.
  2. Dr. Anton Freitag SVD., Glaubenssaat in Blut und Tränen, Steyler Missionsbuchhandlung, Kaldenkirchen, Rhld, 1948.
  3. van Zeeland S.V.D.

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.