Exegetisch Dagboek van Jan Holman

Exegetisch Dagboek van Jan Holman

Pinksteren, 20 mei 2018. Preken in een protestantse kerk is voor een priester een aparte ervaring. Vandaag  mocht ik tijdens een oecumenische dienst in de protestantse kerk te Austerlitz (gemeente Zeist) de feestpreek houden. Vóór de viering begint, verzamelen de voorgangers met de ouderling van dienst en andere ambtsdragers zich in ‘de consistorie’,  die functioneert als sacristie. Staande in een kring, achter gesloten deuren bidden ze ‘het consistorie gebed’. De ouderling die vandaag dienst heeft, spreekt een vrij geformuleerd gebed om Gods zegen over de viering. In de kerk aangekomen geeft die ouderling de dominee en mij als gastpredikant zwijgend een hand. Hij machtigt ons hiermee,  namens de plaatselijke geloofsgemeenschap,  het Woord van God te verkondigen. Een bevriende dominee die van een grapje houdt, vertelt mij dat de ouderling soms voordat je de preekstoel bestijgt, zegt :’Ik wens u een goede stoelgang’.

Op het eind van de dienst krijg je, weer goed zichtbaar voor de gemeente, zwijgend een hand van die ouderling ten teken dat jij je opdracht naar behoren hebt vervuld. Maar als hij  vindt dat je niet volgens de heilige Schrift gesproken hebt, krijg je géén hand. Dit laatste is mij bespaard gebleven. Het ritueel van handen schudden laat zien dat een  predikant eigenlijk een ZZPer (‘Zelfstandige Zonder Personeel’) is, ingehuurd door de geloofsgemeenschap.  Zijn positie is niet dezelfde als die van een pastoor, ook al gedragen sommige dominees zich  als een bepaald type pastoor, ohne dessen Genehmigung kein Hahn im Dorf zu krähen hat’, (‘zonder wiens toestemming geen haan in het dorp mag kraaien’ beschreven door Michael Pfliegler in:  Priiesterliche Existenz , Innsbruck 1950). –  Ik laat nu een korte inleiding op mijn pinksterpreek volgen.

Een preek in de protestantse dienst is dikwijls twee keer zo lang  als in een katholieke viering. Van oudsher kent de Kerk drie soorten homilieën (Het Griekse woord  homilia betekent ‘gesprek’, ‘conversatie’): kerugma (Grieks voor ‘verkondiging’), didachè (Grieks voor ‘onderwijzing’, ‘uitleg’) en paraklèsis (Grieks voor ‘vermaning’). Ideaal is natuurlijk als alle drie genoemde ingrediënten evenwichtig in de homilie aan bod komen. Professor Willem van de Pol (1897-1988), katholiek priester van het  aartsbisdom Utrecht (1944), oorspronkelijk theoloog van Hervormde huize,  hield ons in Nijmegen vóór dat na een goede preek de toehoorder moet kunnen zeggen; ‘ Hé, dat wist ik nog niet’.  In mijn tijd  (1959) bekleedde Willem van de Pol te Nijmegen de leerstoel ‘Fenomenologie van het Protestantisme’, ingesteld door de kerkhistoricus kardinaal Jan de Jong (1885-1955), onder tegenwerking van de destijds zittende hoogleraren in de theologie (1948). Deze kardinaal was zijn tijd ver vooruit. Kardinaal de Jong verplichtte alle priesters die aan de theologische faculteit studeerden, twee jaren college te volgen bij van de Pol, hetgeen ik dan ook braaf heb gedaan. Kardinaal de Jong  zou van harte ingestemd hebben met de vierde profetische dialoog van het Generaal Kapittel SVD van 2000  ‘met mensen van andere religieuze tradities’. Na deze inleiding  volgt nu de tekst van mijn  pinksterpreek.

‘Lieve mensen, Vorig jaar mocht ik op deze feestdag bij u samen met dominee Martin Boon voorgaan. ‘Waar waren we ook alweer gebleven?’ Herinnert u zich deze woorden van Geert Mak aan het begin van zijn tv programma over Europa?  We hebben hier in de kerk een gesprék (homilia betekent ‘gesprek’), gevoerd over Pinksteren volgens het model van ‘College Tour’, bekend van de televisie.  (Google definieert ‘College Tour’: ‘Twan Huys samen met studenten in gesprek met een spraakmakende gast’. ) Uw jeugdige, creatieve dominee stelde mij, oude man (84), als ‘spraakmakende gast’, een aantal interessante vragen over Pinksteren. Ook u hebt vragen gesteld, weliswaar niet over Pinksteren. U hebt mij toen de duimschroeven aangedraaid met vragen over enkele ‘hete hangijzers’ in de Rooms Katholieke Kerk. Weet u het nog? Dat was wel niet de bedoeling (het zou namelijk over Pinksteren gaan), maar ik had er ook géén bezwaar tegen. In de eerste Brief van Petrus 3, 18 staat immers: ‘Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft  gebaseerd is, wees dan steeds bereid u te verantwoorden’. Maar dit ter zijde.

Ik heb toen uit de doeken gedaan hoe Lucas het pinksterverhaal in onze tweede lezing uit de Handelingen der Apostelen heeft gecomponeerd met behulp van teksten uit het Oude Testament..

Een belangrijke boodschap uit dat gesprek luidde als volgt. De heilige Geest overstijgt, door het talenwonder, de grenzen van landen en volkeren. Het Pinksterfeest is de tégenhanger van de Babylonische spraakverwarring waarover wij in onze eerste Schriftlezing gehoord hebben (Genesis  11, 1-9).

Met vreugde heb ik toen ook verteld dat in de jaren zestig van de vorige eeuw, en daarna de grote Protestantse Kerk in Nederland (PKN), destijds nog de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken [synodaal] als aparte kerken, én de Rooms Katholieke Kerk, in eensgezindheid afscheid hebben genomen van een ‘fundamentalistische’ Bijbellezing dat is de letterlijke interpretatie van de Bijbel.

Afgelopen dinsdag kreeg ik twee jonge ‘Getuigen van Jehova’  aan de deur. Een jongen en een meisje, twintigers, keurig gekleed. Ze zeiden dat ze mij het Woord van God kwamen brengen. Ik prees hun moed bij hun geloofs- verkondiging. Maar, zo voegde ik er aan toe, ‘jullie worden wel belazerd’. (Je moet de taal van hun generatie spreken.)  Ik legde uit dat zij als ‘Getuigen van Jehova’ er een fundamentalistische manier van Bijbellezing op na houden. Na enig gehakketak gingen zij, zoals destijds ‘de rijke jongeling’ (Matteüs 19. 22), ‘bedroefd heen’.

(Voor de lézers van dit Dagboek volgt hier enige achtergrondinformatie over het Bijbels  fundamentalisme. Deze toelichting die hier tussen haakjes staat,  is dus niet in de preek uitgesproken.  Kort en goed komt dit ‘fundamentalisme’ neer op eenletterlijke’ interpretatie van de Bijbel, die ’onfeilbaar’ zou zijn. Hoofdbezwaar hiertegen is dat het zo dikwijls inconsequent is. Men probeert de Bijbel, die duidelijk een Oósters boek en een gelóófsboek is, te lezen als een Wésters geschiedenisboek. Meer dan eens loopt de fundamentalist daarmee vast. Soms staan er in de Bijbel twéé verhalen over één gebeurtenis die niet tegelijk létterlijk wáár, in onze West Europese zin, kunnen zijn.

Denk maar aan de twee Bijbelse Scheppingsverhalen. De schepping van de mens staat in Genesis 1, 26 op het eind van het verhaal en in Genesis 2,7 in het begin van het scheppingsverhaal.  Dat betekent dat het de Bijbelse auteurs niet begonnen is om de precieze historische gang van zaken, in Westerse zin, mee te delen. Hun bedoeling is een  godsdienstige boodschap te verkondigen, waaraan al het andere in hun tekst ondergeschikt is. De moderne wetenschap heeft trouwens een heel andere gang in het ontstaan van de Schepping aangetoond, namelijk niet in zes dagen van 24 uur in de Bijbel. Bijbels ‘fundamentalisme’ heeft een afkeer van de moderne wetenschap en dan vooral van de hedendaagse Bijbelwetenschap. ’Getuigen van Jehova’ hangen een fundamentalistische, letterlijke Bijbellezing aan, die volgens hen ‘onfeilbaar‘ is. Maar ze kunnen daarin niet consequent zijn.

Zie hiervoor: James Barr, Fundamentalism, SCM Press Ltd, London 1977, 379 pagina’s. James Barr (1924-2006), was predikant in de Kerk van Schotland, theologisch verwant met de calvinistische stroming van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Later was hij ‘Regius professor’ voor Hebreeuws aan de Universiteit van Oxford. ‘Regius’ dat is: ‘koninklijk’.  Hij was immers door Queen Elisabeth hoogstpersoonlijk benoemd. Je moest James Barr dan ook niet met ‘professor’ aanspreken maar met ‘Regius’.  De Britten zijn uiterst gevoelig voor titels, rangen en standen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) diende hij als piloot van een torpedobommenwerper in de luchtmachtafdeling van de Britse marine. Ik heb hem vaker op Bijbelcongressen ontmoet, een zeer begaafd Bijbelwetenschapper en sympathiek mens. Tot op gevorderde leeftijd zag hij er jeugdig en sportief uit. Hij zou zo van het tennis court van Wimbledon weggelopen kunnen zijn. Zijn vrouw Jane Hepburn, moeder van twee zonen en een dochter, met wie James Barr 56 jaar getrouwd is geweest, tóónde daarentegen haar leeftijd. Dit leidde er toe dat sommige congresgangers dachten dat James Barr zijn moeder meegebracht had. Zijn ‘Obituary’ (‘In memoriam’) in The Guardian zegt dat Oxford zich hem herinnert als ‘convivial’ (‘gezellig’) en vooral als een Radical academic whose incisive critiques challenged the orthodoxies of biblical theology (‘een radicale acdemicus wiens scherpe kritieken ( letterlijk: ‘die er in hakten’ JH), de rechtzinnige opvattingen van Bijbelse theologie uitdaagden’).  Met die orthodoxies zijn vooral protestantse ideeën bedoeld. Feitelijk zag ik James Barr steeds meer in katholieke richting opschuiven, met name in zijn pleidooi voor ‘natuurlijke theologie’ in de Bijbel, tegen Karl Barth.

 

Kerkelijke  literatuur hierbij in volgorde van verschijnen:

  • Tweede Vaticaans Concilie (1965-1967), Dogmatische constitutie Dei Verbum [Woord van God] over de goddelijke openbaring, 1965, nummer 19:  ‘Historische aard van de evangeliën’, Nederlandse vertaling in : Katholiek Archief, Amersfoort 1967, speciaal pagina 258.
  • Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk, Klare wijn, Rekenschap over Geschiedenis Geheim en Gezag van de Bijbel, Boekencentrum , ’s Gravenhage, 1967, 268 pagina’s,  speciaal pagina 226 en volgende.
  • Generale Synode van Gereformeerde Kerken (synodaal), God Met Ons, …over de aard van het Schriftgezag…, ‘Special’ van Kerkinformatie, nummer 112, februari 1981, Leusden, 128 pagina’s , speciaal pagina 78.)

(Voortzetting van mijn preek)  ‘Deze gezamenlijke keuze voor de hedendaagse Bijbelwetenschap is een belangrijke stap in de Bijbelse Hermeneutiek, d.w.z. de theorie voor het lezen van de Bijbel, maar vooral ook een grote sprong vóórwaarts voor de Oecumenische Beweging. In de omgang met de Bijbel verstáán we elkaar, protestants en rooms katholiek, nu beter. Het was een nieuw Pinksterwonder. Het Pinksterwonder werd voor onze eigen ogen herhaald, want al Bijbel lezend  horen ‘Wij allen (hen) elkáár in onze eigen taal spreken over Gods grote daden’ (Handelingen 2, 11).

Vandaag wil ik iets nieuws toevoegen aan ons eigen Pinksterwonder, aan ons wederzijds begrip van de Bijbelse hermeneutiek.

Ik ga uitleggen hoe rooms katholieken de Bijbel lezen, in de veronderstelling dat veel katholieke gelovigen dat zelf ook niet bewust weten. Het zal u verrassen dat je in de Rooms Katholieke Kerk nooit zult horen: ‘Deze tekst, dit vers betekent precies dit of dat’. Er is eigenlijk maar één regel, één norm: je mag de heilige Schrift vrij interpreteren, maar nooit zó dat jouw interpretatie tégen onze geloofsbelijdenis ingaat of daarvan afwijkt.  (Zie: Pauselijke Bijbelcommissie, De interpretatie van de Bijbel in de Kerk, 1994, Kerkelijke documentatie, jaargang 22, nummer 3, april 1994, 60 pagina’s.)

Ik neem daarom vandaag op dit Pinksterfeest onze gemeenschappelijke geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel van 381 (!) die we iedere zondag samen belijden, als uitgangspunt.

Onze gemeenschappelijke geloofsbelijdenis (Credo) vat de aanwezigheid en de activiteit van de heilige Geest samen in de woorden:

‘Ik geloof in de Heilige Geest die Heer is en het leven geeft

die voortkomt uit de Vader en de Zoon

die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt;

die gesproken heeft door de profeten.’

 

(‘De Heilige Geest die Héér is’: ‘Heer’ (Grieks: Kurios) is hier een Bijbels synoniem voor ‘God’, dus niet noodzakelijk een aanduiding dat de heilige Geest mannelijk zou zijn in tegenstelling tot het Hebreeuwse Roeach. ‘Geest’ dat vrouwelijk is in Genesis hoofdstuk 1 en 2.)  

 

Ik beperk ik mij tot dat éne zinnetje: de Heilige Geest die het leven geeft.

 

Al op de éérste bladzijde van de heilige Schrift lezen we: ‘De Geest van God zweefde over de wateren’ (Genesis 1, 2). Vervolgens komen die wateren, komt die chaos (Hebreeuws: tohoe wa bohoe), tot leven. De heilige Geest, Hij of  liever Zij schenkt het leven. (De Geest is vrouwelijk in het Hebreeuws). Door zijn Geest geeft God Zijn levensadem. Hij blaast die in onze neus. Zo geeft God aan de mens het leven. ‘Zo werd de mens een levend wezen’ (Genesis 2, 7). Als de Bijbel over de heilige Geest spreekt, horen we telkens weer dat zij inspireert, dat zij kracht schenkt, dat zij bemoedigt, dat zij troost.

Bij al deze activiteiten van de heilige Geest valt iets op, een rode draad.  De heilige Geest schenkt telkens een nieuw begin. De heilige Geest staat aan het begin van de schepping, aan het begin van het Verbond met Israël, aan het begin van het leven van Jezus en aan het begin van de kerk op Pinksteren. Als een rode draad weeft zij, (de Heilige Geest is immers vrouwelijk, net als Wijsheid) zich door het leven van mensen en volkeren heen, telkens weer als een nieuw begin. Terecht hebben we dan ook zojuist gezongen: ‘De Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt’ (Gezangen voor Liturgie, nummer 419).

Je vindt de heilige Geest heel speciaal in de jonge Kerk van de eerste eeuw. In het verslag van deze allereerste kerkgemeenschappen, in de Handelingen der Apostelen kom je de heilige Geest minstens 40 keer tegen. Niet alleen de  aanwezigheid van de heilige Geest als goddelijke persoon is belangrijk, maar vooral haar handelen, wat zij dóet, haar wérk, hoe zij hándelt. Zij geeft léven, zij is ‘God in actie’ (De Anglicaanse bisschop F.A. Cockin schreef: God in Action, A Study in the holy Spirit, A Pelican Book, A 513, 1961).

Hoe meer je hierover nadenkt, hoe meer het je verbaast dat de heilige Geest in onze beléving een bijzaak is geworden. Je denkt al gauw: dat zal wel aan óns liggen. Maar misschien ligt het ook wel aan de heilige Geest zelf. Om dat te begrijpen moeten we bedenken dat de heilige Geest nauw met het optreden van Jezus verbonden is. Jézus schenkt ons zijn Geest (Johannes 20, 22). In Jezus komt Gods Geest, de heilige Geest, maximaal aan het licht. Nu is het zo dat Jezus zichzelf karakteriseert als iemand die niet gekomen is om gediend te wórden maar om te dienen (Marcus 10, 45). Zou dat dan niet ook gelden voor zijn heilige Geest die hij ons schenkt? Dit zou wel eens de sleutel kunnen zijn om iets van die raadselachtige verborgenheid van de heilige Geest in de beleving van de kerk van nu te verstaan.

Als u wilt weten óf en wáár de Geest tegenwoordig nog zichtbaar is, dan kunt u terecht bij de apostel Paulus. Hij schrijft aan de Galaten: ’De vruchten van de Geest zijn: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid en vertrouwen, eenvoud en zelfbeheersing’ (Galaten 5,22). Als Paulus vandaag hier in Austerlitz op bezoek zou komen, dan zou hij vast ook uw hier aanwezige ‘oecumenische gezindheid’ er aan toevoegen als  ‘vrucht van de Geest’.

Nu denken wij vaak dat ‘de Oecumenische Beweging’ iets van de laatste jaren, misschien decennia is. Nou, dat ligt toch iets genuanceerder.

De Zendingsconferentie te Edinburgh van 1910 kwam tot de overtuiging dat het grote aantal verschillende kerken het ergste obstakel is voor zending en missiewerk is.  Zeventig jaar later, in 1948, werd ‘De Wereldraad van Kerken’  te Amsterdam opgericht, met 147 lid-kerken. Inmiddels is het aantal lid-kerken uitgegroeid tot zo’n 330. (Op donderdag 21 juni a.s. brengt paus Franciscus een bezoek aan het hoofkwartier van de Wereldraad van Kerken te Geneve.)

Maar op de kerkelijke werkvloer kennen we al eerder staaltjes van een vooráfgaande ‘Oecumenische Beweging’, die de schrijver Geert Mak, onder andere, aan de vergetelheid heeft ontrukt.

Geert Mak schreef in 1999 de bestseller: De eeuw van mijn vader. Het boek volgt het leven van zijn vader dominee Catrinus Mak (1927-2017). Geert Mak vertelt daarin hoe zijn vader, destijds legerpredikant in Nederlands Indië en de legeraalmoezenier pater  Vergeest OFM Cap (1906-1979), een Franciscaner monnik van de tak der Capucijnen, na aanvankelijke vrijstelling, in 1942 besluiten vrijwillig met de Nederlandse krijgsgevangen mee te gaan naar de hel van de Birmaspoorweg

In het boek De eeuw van mijn vader zegt dominee Catrinus Mak over pater Ezechiël Vergeest: ‘Een fidele kerel, nuchter, hartelijk vol humor, iemand die voor iedereen klaarstond’. Geert Mak schrijft: ‘Samen scholen ze bij beschietingen en bombardemente in de loopgraven, samen deelden ze sigarettenpapiertjes uit als de nood hoog was –  mijn vader – (dominee Catrinus Mak) – scheurde ze uit zijn preekboekjes. Pater Vergeest gebruikte zijn brevier (gebedenboek) – en samen zwoegden ze langs de (Birma) spoorweg. Pater Vergeests veldaltaar met de priestergewaden en andere attributen droegen zij broederlijk tussen hen in.’ (Ik, JH,  heb in een informatieblad van de Capucijnen, een spotprent gezien van pater Vergeest waarop hij samen met de dominee onder de tropenzon dat Miskoffer draagt. Op die spotprent zie je uit de mond van pater Ezechiël de tekst komen: ‘Ik wou dat ik protestants was’. JH)

Geert Mak schrijft: ‘Mijn vader (Dominee Catrinus Mak) werd uiteraard aangetrokken door Vergeests hartelijkheid en handigheid (de pater knutselde overal waar ze kwamen een goede ligplaats, een bank en een boekenkastje voor hen beiden in elkaar) – zelf kon hij nauwelijks een spijker vasthouden-, maar daarnaast was het al snel vooral diens vurig geloof, diens innige christelijke overtuiging, die de kloof  tussen Rome en Reformatie deed wegvallen (Geert Mak, De eeuw van mijn vader,  pagina  297).

Geert Mak citeert verder Ik dacht wel eens ,’ schreef mijn vader naderhand, ‘stel dat de Heer ons beiden hier kwam  bezoeken. Dan zouden we toch als vrienden van de grote Vriend naast Hem mogen gaan, ter rechter- en ter linkerzijde, dat was ons om het even’ (Geert Mak, De eeuw van mijn vader, pagina 297).

Tot slot.  Je kunt het vuur van de Geest, de levensadem van God, uitblussen. Paulus waarschuwt de christenen van Tessalonica: ‘Blust de Geest niet uit’(  1 Tessalonicenzen  5, 19). Je kunt de Geest dus uitblazen, anders had Paulus daar niet voor gewaarschuwd. Bedenken we daarom het volgende. De éérste vrucht van de Géést die Paulus noemt, zoals we zojuist hebben gehoord, is de liefde.

Zonder de liefde als gave van de heilige Geest is zelfs  de eenheid van de kerken waardeloos.

De ervaring leert dat plichtsbetrachting zonder die liefde van de heilige Geest knorrig maakt, een slecht humeur teweegbrengt.

Gevoel voor verant­woordelijkheid zonder die liefde maakt genadeloos.

Gerechtigheid zonder die liefde van de heilige Geest maakt hardvochtig.

Wijsheid zonder die liefde maakt sluw.

Vriendelijkheid zonder die liefde maakt huichelachtig.

Waarheid zonder die liefde werkt negatief, maakt onverdraagzaam.

Het ware geloof zonder die liefde maakt fanatiek.

Met Paulus vat ik samen: ‘Al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets’ (1 Korintiërs 13, 2). Amen

                            * * *

Reactie van dominee Martin Boon op 22 mei 2018.

 

‘Beste Jan,

Dat was mooi, afgelopen zondag! Van verschillende kanten heb ik zeer positieve berichten gehoord. En zelf heb ik dus ook genoten, niet in het minst van de inspirerende verkondiging. Ik vond het heel inspirerend. En graag tot ziens! Martin’.

 

Uit de volgende e-mail over de oecumenische ‘Startzondag’ op 9 september 2018  van dominee Martin Boon kun je opmaken hoe de Oecumenische Beweging hier groeit en bloeit.

 

‘Beste mensen,

 

Thema van de dienst (9 september) wordt (wat mij betreft) ‘Maria’. Vanwege de plaatsing van het Mariabeeld in de kerk, willen we ruime aandacht geven aan de betekenis van Maria. Wie is zij voor katholieken? En kunnen we daar als protestanten iets van leren? In een ‘College Tour’ zal ik deze en andere vragen voorleggen aan pater Jan. Daarnaast kan er iemand vanuit katholieke zijde misschien iets (kort!) uitleggen over de achtergrond van het Mariabeeld?

 

Laat het me weten als je andere (creatieve) ideeën hebt voor de dienst, al dan niet rond het thema Maria. Dan verwerk ik die in de opzet. Zijn er van katholieke zijde bijv. liederen, rituelen of teksten over Maria die niet mogen ontbreken? Ik ben benieuwd. Met een hartelijke groet, Martin’

 

Jan Holman

Leave a Reply

Your email address will not be published.