15.3.2020 – 3de Zondag van de veertigdagentijd A

Evangelielezing: Joh 4, 5-42  (eventueel  met drie lectoren)

In die tijd kwam Jezus bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar:

 ‘Geef mij wat te drinken.’

 Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde:

 De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’

 Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. Jezus zei tegen haar:

 ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’

 ‘Maar heer, zei de vrouw, u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’

 ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ 

 ‘Geef mij dat water, heer, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’
‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’
‘Ik heb geen man,’
‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt, u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’
‘Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent! Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’
‘Geloof me, er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. Jullie weten niet wat je vereert, maar wij weten dat wel; de redding komt immers van de Joden. Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.’
‘Ik weet wel dat de Messias zal komen’ (dat betekent ‘gezalfde’), ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’
‘Dat ben ik, die met u spreekt.’
Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’ De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar:
‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de Messias zijn?’
Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe. In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in hem door het getuigenis van de vrouw: ‘Hij weet alles van me.’ Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen. Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat hij zei; ze zeiden tegen de vrouw: ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is.’

Korte Overweging:

Dierbare broeders en zusters,

Water.

In veel landen is het haast even schaars als olie.

Toekomstige oorlogen zullen waarschijnlijk om water gaan.

 

We zien het bij de eerste lezing,

hoe belangrijk water is, om te kunnen leven.

Mozes is ten einde raad, als zijn volk schreeuwt om water.

Hij wendt zich tot God,

want zelf kan hij dit waterprobleem niet oplossen.

God laat hem dan water slaan uit de rots,

een plek waar je gewoonlijk alles behalve water kunt vinden.

Het laat zien, dat voor God niets onmogelijk is.

 

Hoe staat het mijn / onze watertoevoer?

En dan bedoel ik daarmee niet het kraanwater,

wat we vaak maar achteloos laten lopen.

Maar de bron waaraan ik mij laaf, waaruit ik leef?

Een spirituele bron met levend water…

Men zegt dat olifanten een bijzonder talent hebben

om water te vinden.

Als ze met dat instinct dicht bij water zijn,

beginnen ze met hun slurf en hun poten

te wroeten in de bodem,

net zolang tot ze bij het water zijn.

In deze tijd mogen we er de tijd voor nemen,

om ons leven te her-bronnen.

We mogen ons afvragen?

Waar leef ik van?

Kom ik uit bij mijn diepste bron,

daar waar God mij aanspreekt?

Besteed ik voldoende zorg aan mijn bron?

Ben ik er steeds weer naar op zoek?

Laten we in deze viering de Heer ontmoeten aan de bron,

zoals de Samaritaanse.

Zij volgt haar verlangen naar het echte water,

waar je nooit meer dorst van krijgt.

Uitgeput als zij is door de strijd van alle dag.

Door de ontmoeting met Jezus wordt de bron in haar zelf

tot leven geroepen.

Zij wordt zozeer geraakt door zijn persoon,
dat ze zelf aan haar stadsgenoten het goede nieuws brengt:

‘Kom mee, er iets iemand die alles  van mijn weet.
Zou het niet de Messias zijn?’

In deze viering heeft ook een ontmoeting plaats

tussen Jezus en ons, hier bijeen.

Ook wij kunnen soms snakken daar levend water.

Als ons leven dor en droog is,

als er geen smaak of kraak aan zit,

als we uitgeput zijn en der dagen zat,

dat we dan uitzien naar levend water,

naar de zin van het leven,

naar nieuwe moed, naar houvast.

Dan mogen we met de vrouw zeggen:
‘Heer, geef mij van dat levende water’.

Denken we daar nog enkele ogenblikken over na.

Mijn dierbaren,

Dit jaar is de Vastenaktie

gericht op de vorming van jonge mensen

met weinig kansen.
Er is een grote behoefte aan een gedegen opleiding,
juist in die landen, waar jongeren weinig kansen hebben.

Je zult misschien zeggen:

Dat is een druppel op een gloeiende plaat.

En toch, als je goed kijkt,

wordt daarmee de mogelijkheid van een nieuwe toekomst geboden.

Mag ik de collecte extra bij u aanbevelen.

Pater C. Maas, svd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland