19de zondag door het jaar A

Evangelie (Mt. 14, 22-33)

Na de broodvermenigvuldiging dwong Jezus de leerlingen om aan boord te gaan en alvast voor Hem uit over te steken; dan zou Hij intussen de mensen wegsturen. Toen Hij de mensen had weggestuurd, ging Hij de berg op om te bidden, Hij alleen. Toen het avond geworden was, was Hij daar nog alleen. Toen de boot al veel stadiën uit de kust was, had die het zwaar te verduren van de golven, omdat de wind tegenzat. Op het einde van de nacht ging Hij lopend over het meer naar hen toe. Toen de leerlingen Hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. `Een spook!’, riepen ze, en ze schreeuwden van angst. Meteen zei Jezus:
`Rustig maar, Ik ben het. Wees niet bang.’

Petrus gaf Hem ten antwoord: `Heer, als U het bent, laat me dan over het water naar U toekomen.’ Hij zei: `Kom.’ En Petrus stapte overboord, liep over het water en kwam naar Jezus toe. Toen hij lette op de kracht van de wind, werd hij bang, en toen hij begon te zinken, schreeuwde hij:`Heer, red me.’ Meteen stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast. Hij zei: `Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ Toen ze in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. De mensen in de boot vielen voor Hem op de knieën en zeiden:
`Werkelijk, U bent de Zoon van God.’

Overweging

Lieve mensen,

Proberen we ons even de situatie voor te stellen die de evangelist Mattheüs ons schildertHet is een geloofsverhaal, dat ontstaan is in de geloofsgemeenschap ten tijde van Mattheüstoen er veel verdriet en tegenslag over de jonge christenen kwam:

Mattheüs vertelt als volgt: Jezus is de hele dag druk bezig geweest. Met zijn verkondiging en het spijzen van duizenden mensen. Na de broodvermenigvuldiging is Hij moe, wil Hij even weg van de menigte om Zich op een berg terug te trekken, om uit te rusten om te bidden tot zijn Vader, om zo nieuwe kracht en inspiratie op te doen.


Zijn apostelen zijn ondertussen het meer opgevaren en een heel eind afgedreven door een stormwind. Het zijn stoere vissers, maar ze zijn nu toch doodsbang voor het natuurgeweld..Jezus laat hen echter niet in de steek, komt over het water naar hen toe en stelt hen gerust: ”Ik ben het, weest niet bang.” Als Petrus Jezus meent te herkennen, vraagt hij Jezus ook hem over het water te laten lopen. Maar dan kan Petrus zijn ogen toch weer niet geloven en begint hij opnieuw te twijfelen. Geloof en ongeloof van Petrus, zo herkenbaar, ook in ons eigen leven. Maar ondanks Petrus’ twijfel, reikt Jezus hem de hand.

Dit tafereel is eigenlijk een plaatje uit ons eigen leven. De reis in de boot van ons leven kent de nodige stormen. De huishoge golven van lijden, van werkeloosheid, van verlies en nog veel meer kan ons angstig en onzeker maken. Als u het even stil maakt in uzelf, zult u zeker zulke bange ervaringen in uw eigen leven herkennen. Dat je het echt niet meer zag zitten…… (even stil).

Misschien is het nog niet zo lang geleden bij het coronavirus: Toen je opgesloten zat  in je kamer of appartement. Het leek soms op een gevangenis, zo beklemmend, zo eenzaam. En dan lijken we op Petrus, die door het water zakt en dreigt ten onder te gaan. Ja, het kan je soms zo aanvliegen, dat je alle geloof kwijt bent en niet weet hoe het verder moet. Het is mij niet vreemd, en u waarschijnlijk ook niet.

Als hij dreigt te verdrinken, durft Petrus om hulp durft te roepen: ‘Heer, red mij’. Jezus is dan de reddingsboei, die hem uit de kolkende watermassa omhoog trekt.

We kunnen ons afvragen: ‘Wie is mijn reddingsboei in moeilijke tijden?’ Bij wie zoek ik mijn toevlucht?Heel veel mensen, die in nood zijn, roepen dan om hun moeder. Die is het meest vertrouwd, het meest nabij. Naar wie zou ik roepen in uiterste nood? Heb je daar enig idee van? Toen ik dit neerschreef, vorige week, heb ik het me ook afgevraagd: ‘Om wie zou ik roepen? In Engelse films roepen de mensen nogal vaak: ‘o my god.’ Maar ik weet niet of ze dan ook God bedoelen? Zou in die roep uiteindelijk  God verborgen zitten? Dat we in onze hoogste nood terugvallen op de Enige, die dan overblijft: Hij/Zij, de Oergrond van ons bestaan? Zouden we daarom mogen roepen?

In de eerste lezing van morgen zien we Elia, gevlucht voor zijn vijanden, radeloos, waarheen? Er is sprake van zware storm, van aardbeving, van vuur. Tekenen van de verschrikkingen die Elia meemaakt. En dan staat er: ‘Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries’. Als het na alle geweld stil wordt is God bij hem, zacht, beschermend, weldadig, bemoedigend.

Het is goed, als we in de storm van ons leven de stilte opzoeken, En als we goed luisteren, mogen we misschien Gods zachte bries voelen en horendie ons weer moed geeft. “Wees niet bang, Ik ben bij je” We mogen blijven vertrouwen, dat wij net als Elia en Petrus Gods uitgestoken hand mogen ervaren.

 

-Pater Kees Maas, SVD-

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland