21e zondag A

Evangelie lezing: Matteüs 16,13-20

In die tijd kwam Jezus in de streek van Caesarea van Filippus en Hij stelde zijn leerlingen deze vraag: “Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?” Zij antwoordden: “Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten.” “Maar gij – sprak Hij tot hen -, wie zegt gij dat Ik ben?” Simon Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Jezus hernam: “Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn.” Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.

Evangelie acclamatie: GvL.  270 b

Gelukkig die het woord hoort en het beleeft.
Gelukkig is die mens, Heer Jezus, wij danken u.

Overweging

Mijn dierbaren, 

Mag ik beginnen met u een kleine anekdote te vertellen:

Rond de kerk slenterde een zwerver. Hij liep van de zijdeur naar de grote deur. Toen hij naar binnen wilde, hield de pastor hem tegen. ‘Meneer, u ziet er niet uit. Gaat u zich eerst thuis douchen en schone kleren aantrekken!’ ‘Maar’ protesteerde de zwerver, ‘ik heb geen thuis en ook geen andere kleren’. ‘Sorry’ zei de pastor, ‘maar zo kunt u echt niet naar binnen gaan. De kerkgangers zouden zich niet veilig voelen.’ De pastor deed de deur dicht. …… De zwerver ging op de trap zitten en begroef zijn hoofd in zijn handen. Ineens merkte hij dat er iemand naast hem stond. Het was Jezus die zei: ‘Trek het je niet zo aan, ik probeer al jaren binnen te komen en ze laten mij niet toe’….

Zou Jezus er zo anders uitzien, dat wij Hem niet eens herkennen? Dat we Hem zelfs niet in ons eigen huis toelaten?

We zongen zojuist het lied, met als refrein: ‘Midden onder u staat Hij die gij niet kent.’ Ja, midden onder ons staat Hij die wij niet kennen. Is dat zo? Kennen we Hem niet?

In het evangelie van vandaag wordt aan de leerlingen de vraag gesteld: ‘Wie zegt gij dat ik ben?’ En dan zeggen ze: ‘Johannes de Doper, of Elia, Jeremia of een van de profeten’. Dan komt Petrus, zoals gewoonlijk haantje de voorste, die zegt: ‘Gij zijt de Christus,  de Zoon van de Levende God’. Maar eigenlijk weet ie niet goed, wat ie zegt.

Lezend in de schriften van de Bijbel worden Hem allerlei namen toegedicht, zoals Messias, wat gezalfde betekent; dienaar van Jahwe, Mensenzoon, het Lam, de Gekruisigde, Redder van de wereld enz.

Ieder heeft zijn zegje, ook in onze tijd. Sommigen noemen Hem: zachtmoedige vredestichter, harde profeet en onruststoker, of revolutionair, die de gevestigde orde omver wil gooien enz.

In Azië is hij een Aziaat in Afrika heeft Hij een zwart gelaat, in de sloppenwijken van Rio ziet Hij er uit als een zwerver.

Mensen zoeken een beeld en een naam. Alle eeuwen door.

In de loop der eeuwen zijn daar bibliotheken over vol geschreven. Maar die geven nog geen volledig antwoord op de  vraag: ‘Wie zegt gij dat ik ben?’ Die vraag kunnen we alleen zélf beantwoorden.

Het zou mooi zijn als we hier ieders antwoord zouden mogen horen uw antwoord, mijn antwoord. Niet een antwoord uit een boek, maar een antwoord uit ons hart, uit het leven gegrepen. We zouden er uren mee bezig kunnen zijn. En ieder zou een aspect  van Jezus kunnen weergeven.

Denk niet dat je theoloog moet zijn om die vraag te beantwoorden. Theologen met al hun wijsheid hebben de waarheid niet in pacht. Die zoeken het misschien veel te hoog, of veel te diep, of veel te ver. Net aan de overkant van hun wijsheid laat Jezus zich vinden door kinderen, door gewone mensen zoals u en ik.

Wie is Hij toch? Waar kunnen we Hem vinden? Die zwerver aan de deur van de kerk wordt door de pastor niet herkend. De Benedictijnse regel zegt over gastvrijheid: ik citeer: Alle gasten, die aankomen moeten worden ontvangen als Christus zelf, want Hij zal eens zeggen: “Ik kwam als gast en gij hebt Mij opgevangen”. 

We kunnen mooie bespiegelingen hebben over Jezus. We kunnen er studiedagen en congressen aan wijden. Maar als we hem niet herkennen in ons leven van alledag…. in de gast aan de deur, in de buurman naast ons, in die verzorgster of verpleegster, in die zieke…

Moge deze viering ons dichter bij Hem brengen. Als ik Hem een naam mag geven, zeg ik graag: Die Jezus noem ik graag ‘mijn vriend’…… U hebt er ongetwijfeld een andere naam voor. Hoe zou u hem noemen?Denken we er even een ogenblik over na, in de stilte van ons hart…….

 

-Pater Kees Maas, SVD-

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland