23STE ZONDAG DOOR HET JAAR A

Evangelie volgens Mattheüs: Mt. 18, 15-20

     Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken. Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden. Luisteren ze niet, neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de verklaring van ten minste twee getuigen. Als ze naar hen niet luisteren, leg het dan voor aan de gemeente. Weigeren ze ook naar de gemeente te luisteren, behandel hen dan zoals je een heiden of een tollenaar behandelt. Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, 

en al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn.

Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.’

Acclamatie op het evangelie:

U komt de lof toe, U het gezang,

U alle glorie, o Vader, o Zoon, 

o heilige Geest in alle eeuwen der eeuwen.

Overweging:

Beste mensen,

ik vond het een moeilijk evangelie om over te spreken.

Mensen aanspreken op hun gedrag,

en als ze niet luisteren er nog andere bijhalen

en als ze dan nog niet luisteren hen dan behandelen als heidenen.

Wat betekent dat nu voor ons?

Ik heb er een paar weken over nagedacht,

hoe ik dat vandaag zou proberen te ‘vertalen naar nu’.

Zou het te maken hebben met de vraag van God aan Kaïn,

 toen hij zijn broer vermoord had:

Kaïn, waar is je broer?

En dat die toen antwoordde:  

‘Ben ik soms de hoeder/ de wachter van mijn broeder?’

Met andere woorden: dat gaat mij niks aan.

Ja, zijn we eigenlijk elkaars hoeder? 

Dat we bezorgd zijn 

om elkaars wel en wee.

Dat wil niet zeggen, 

dat we elkaar moeten betuttelen.

Of dat we onze neus moeten steken 

in andermans zaken.

Maar ben ik oprecht begaan met de ander?

Soms is het dan nodig de ander de waarheid te zeggen.

Hoewel dat moeilijk is, kan het een weldaad zijn,

als het gebeurt met respect en in liefde gegeven.

Mag ik een paar voorbeelden geven:

 

 “Rook en drink niet zoveel”, 

zei de vrouw tegen haar man,

“ik wil je nog graag 

heel lang bij me hebben”. 

En de man verstond

haar evangelische vermaning,

omdat ze uit liefde werd gegeven.

“Voed niet zo streng op”, zei oma tegen haar dochter, schep ruimte, volgens mij ben je daar heel goed in”. 

En de dochter verstond die vermaning uit liefde.

“Ik zie jouw agressie”, zei de groepsleider

tegen de gedragsgestoorde jongen,

“maar ik zie ook jouw zachte kant; laat die nog meer zien”.

En de jongen verstond die vermaning uit liefde.

Zo kunnen mensen elkaar 

vermanen en bevrijden van het kwaad.

Als we dat eens zouden kunnen.

Als ik uit eigen ervaring mag spreken:

enkele jaren geleden heeft iemand mij ook eens stevig aangepakt.

Ik hoef hier geen details te vermelden; daar gaat het niet om.

Maar die persoon zei: ‘Nu ben je toch verkeerd bezig, Kees.

zou je dat niet anders kunnen doen? Je kunt dat wel’.

Ik moet zeggen, dat ik eerst flink schrok.

Het was niet leuk, om dat te horen. 

Maar ik heb die liefdevolle vermaning verstaan.

Ik heb stappen gezet, die mij hielpen om het anders te doen.

Ik ben er die persoon nog steeds heel dankbaar om. 

Weet je, in al deze gevallen staat niet het gedrag,

 maar de mens centraal.

De mens is méér dan zijn gedrag.

Zou het ermee te maken hebben,

dat we als mens door God bemind en geliefd zijn?

Dat we in Gods ogen de moeite waard zijn,

wát we ook doen?

Dat Hij onze behoeder/ wachter is.

En dat wij daarom hoeder zijn voor elkaar.

Zoals God mogen wij zijn voor de mens, 

die mijn naaste is.

Soms betekent dat 

iemand op een liefdevolle wijze 

terecht wijzen of de waarheid zeggen.

Dat kan op velerlei terreinen gebeuren.

In het maatschappelijk leven, in de politiek,

ook binnen de kerkgemeenschap

en zelfs in de relatie, waarin je leeft.

en thuis in je gezin.

Ik wens ons de moed en de kracht toe

om de juiste woorden te vinden

om daarmee echte hoeders te zijn van elkaar. Amen.

Geloofsbelijdenis: God, een trouwe bondgenoot.

Laten we daarom ons geloof belijden 

in God, behoeder en bondgenoot:

Ik geloof in God een trouwe bondgenoot,

die niet van wijken weet, ook al vergeet ik

dat Hij mij nodig heeft, ook al stoor ik mij niet

aan Haar roepen om hulp.

Haar liefde voor de schepping, voor iedere mens, raakt niet op.

Zijn zorg voor de toekomst gaat onverminderd door,

omdat alle mensen Hem ter harte gaan.

Ik geloof in Jezus, geroepen en gezonden

om armen en verdrukten te bemoedigen en te helpen,

op te nemen in de kring.

Messias is Hij, de lang verwachte, de nieuwe Mozes,

die zijn volk bevrijdde van slaafse wetten,

die mensen klein hielden.

Ik geloof in Christus, de opgestane Heer,

die in en door mensen blijft inspireren en spreken,

die op wil staan in iedere mens.

Ik geloof in de Geest, de gave van God

voor ons mensen, om christenen

en niet christenen in vuur en vlam te zetten

voor een hemel op aarde.

Nooit zal Gods Geest zich laten dwingen,

nooit kan iemand haar in bezit nemen:

Gods geest waait waar zij wil.

Ik geloof in Gods Volk onderweg,

de gemeenschap van mensen die kerk willen zijn, 

die niet neerzitten bij hebben en houden,

maar nieuwe wegen durven gaan.

Ik geloof in het leven, dat doorgegeven wordt

aan iedere mens, dat niet eindigt

als mensen sterven, maar de dood

als een grens passeert.

Ik ben dankbaar voor dat leven,

dat komt en dat is van God.    Amen.

 

P. Kees Maas, SVD

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland