33e zondag A

Evangelie volgens Mattheüs 

In die tijd hield Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis voor: ‘Een man riep bij zijn vertrek naar het buitenland zijn dienaars bij zich om hun zijn bezit toe te vertrouwen. Aan de een gaf hij vijf talenten, aan de ander twee, aan een derde één, ieder naar zijn bekwaamheid. Daarna vertrok hij.  Die de vijf talenten gekregen had, ging er terstond mee werken en verdiende er vijf bij. Zo verdiende ook degene die er twee gekregen had, er twee bij. Maar die één had gekregen, ging een gat in de grond graven en het geld van zijn heer verbergen.       

Een hele tijd later kwam de heer van de dienaars terug en hield afrekening met hen. Die de vijf talenten gekregen had, trad naar voren en bood nog vijf talenten aan met de  woorden: Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd; ziehier vijf talenten heb ik erbij verdiend.                                                                                                                         Zijn meester sprak tot hem: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van Uw heer. Nu trad die van de twee talenten naar voren en zei: Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd; ziehier, twee talenten heb ik erbij verdiend. Zijn meester sprak tot hem: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer. Tenslotte trad ook die van één talent naar voren en zei: Heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt, die oogst waar gij niet gezaaid hebt en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid. Daarom was ik bang en ben uw talent in de grond gaan verbergen, Hier hebt ge uw eigendom terug. Maar zijn meester gaf hem ten antwoord: Slechte en luie knecht, je wist toch dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb, en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid ? Daarom had je mijn geld bij de bankiers moeten uitzetten, dan zou ik bij mijn komst mijn bezit met rente teruggekregen hebben. Neemt hem dus dat talent af en geeft het aan wie de tien talenten heeft. Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden, zelfs in overvloed gegeven worden; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden zelfs wat hij heeft. En werpt die onnutte knecht in de duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars.’

Woord van de Heer,  

Acclamatie op het evangelie 

Overweging

Mijn dierbaren,

Als ouders vinden we het belangrijk,

dat onze kinderen een goede opleiding krijgen. 

Een opleiding die overeenkomt met hun aanleg.

Vroeger kregen meisjes weinig kansen, die gingen toch trouwen

en dan hadden ze een dure schoolopleiding toch niet nodig.

Tegenwoordig denken we daar wel anders over.

Iedereen moet de kans krijgen zijn talenten te ontplooien. 

En we vinden het doodzonde 

als een kind zijn opleiding voortijdig afbreekt.

Jonge mensen stimuleren om zich te ontwikkelen is belangrijk.

Maar dan gaat het vooral om eigenschappen, 

die hen tot meer mens maken.

Want een kind is nog niet af, het wordt steeds meer mens.

Met als doel, dat ze echt gelukkige mensen kunnen worden.

En dat is even goed mogelijk 

voor een in onze ogen minder valide kind, 

als voor een normaal kind. 

Ik zag laatst op TV een jonge vrouw, zonder armen,

en met benen, waarvan er een veel te kort was.

Geweldig hoe zij in het leven stond.

Haar voeten fungeerden praktisch als handen. 

Ze kon er bijna alles mee: schrijven, tekenen, zich opmaken..

Haar ouders hadden haar gestimuleerd 

en ze had haar talenten ontplooid.

Ze was zelfs theologie gaan studeren, 

ging voor in vieringen en gaf her en der lezingen. 

Zij had haar talenten ontdekt en die niet in de grond gestopt.

Maar soms vinden mensen dat ze maar weinig waard zijn.

Omdat ze niet helemaal voldoen 

aan de zogenaamde eisen die worden gesteld door de maatschappij.

Daar geldt als norm: jong, onstuimig, gezond, cool en gaaf.

Dan pas tel je mee. 

En je moet zorgen dat je een goeie baan krijgt 

en veel geld verdient.

Maar zit er in iedere mens niet iets moois,
iets edels, iets kostbaars?

Ook wie toevallig niet werkt, of niet meer werkt heeft dat in zich.

Als we het maar durven zien.

Mag ik dat illustreren met een verhaal:

Een vrouw ging elke dag water halen aan de bron.

Zij deed dat met twee emmers, hangend aan een juk.

Jammer genoeg zat er in de ene emmer een klein gaatje,

zodat die emmer bij thuiskomst half leeg was.

Die emmer schaamde zich diep, 

zeker vergeleken met zijn collega emmer,

die helemaal vol thuis kwam.

Toen de vrouw die emmer hoorde klagen, zei zij tot hem:

‘Beste emmer, jazeker, je kon niet alle water 

van de bron tot in mijn huis brengen.

Maar zie eens langs de weg, waar we elke dag lopen.

Langs de berm van de weg bloeien schitterende bloemen,

die daar alleen maar staan te bloeien,

omdat jij hen het water hebt gegeven als wij langs kwamen.

Beste mensen, hoe belangrijk is het, 

dat we onze eigen waarde leren kennen.

Dat we ons talenten ontdekken en ontplooien.

Het is doodzonde, als we die onbenut laten. 

Soms kunnen andere mensen ons daarbij helpen,

of mogen wij anderen daarbij helpen.

Is opvoeden niet vooral: het goede in het kind naar boven halen?

De ander bevestigen in zijn diepste wezen.

In de eerste lezing wordt er een ode gebracht aan de vrouw.

‘Een sterke vrouw wie zal haar vinden?’

En dan wordt er een serie goede eigenschappen van haar genoemd.

Niet helemaal van onze tijd, maar de strekking is duidelijk.

Het hart van haar man vertrouwt op haar!

Stel je voor dat u als man 

ook eens een lofzang zou houden op uw vrouw.

Maak haar eens mooi,

met op te noemen, waar ze allemaal goed in is,

maar vooral hoe goed ze als mens is. 

En u als vrouw mag dat ook naar uw man toe doen.

Vertel hem eens, waarom u hem waardeert,

zijn mooie kanten, die u vertederen.

Wat zal dat een mooi uurtje worden tussen jullie beiden…

Dat kun je natuurlijk ook eens doen naar een van je kinderen,

of een goede vriend of vriendin…

Ik denk dat we dat als mensen veel te weinig doen.

Het kost niks, maar het doet zo goed.

Die vrouw zonder armen was zover gekomen,

omdat haar ouders haar hadden gestimuleerd.

Daarmee worden talenten vruchtbaar.

En iedereen heeft talenten, 

de een meer de ander minder.

 Zou de agressie en het zinloze geweld van onze tijd

niet te maken hebben met het feit,

dat de agressieveling te weinig is bevestigd?

Dat er nooit tegen hem of haar is gezegd: 

“Jij mag zijn, zoals je bent.’’ 

Misschien is de Heer in het evangelie wel zo boos,

omdat wij mensen dat ene talent niet hebben wakker geroepen

in dat zogenaamde moeilijke kind,

in die moeilijke partner, of in die collega.

Misschien is dat juist onze taak als medemens. 

Dat we de ander helpen dat talent niet te begraven,

maar het volop kansen te geven.

Paul van Vliet heeft er een mooi lied over gezongen:

Jij bent het beste wat mij is overkomen,

jij hebt het mooiste in mij omhoog gehaald….’’

Jij bent het beste wat mij is overkomen

Jij hebt het mooiste uit mij omhooggetild

Door jou heb ik toch nog kunnen reiken aan mijn dromen

Aan wat ik ooit had willen zijn

Aan wat ik altijd heb gewild.

Door jou kreeg ik de vrijheid om te kunnen kiezen

Door jou heb ik het hoogste en het diepste opgezocht

Door jou heb ik gewonnen door dingen te verliezen

Door jou heb ik alles  ‘op de groei’ gekocht.

En als ik ooit verslagen of doodgelopen

Zal neigen naar berusting en naar: ‘Goed, dat was het dan’,

Zal ik door jou, ondanks alles, op morgen blijven hopen

En verder zoeken, nieuw verzinnen,

Weer proberen en beginnen

Aan een volgende hoofdstuk en een beter plan.

Jij bent het beste wat mij is overkomen

Omdat jij in mij geloofde en zei dat ik het kon

En omdat jij zei dat ik het beste was wat jou is overkomen

Heb jij mijn grens verlegd voorbij mijn horizon.

Wie waagt wie wint, was het thema.

Wagen wij het, het talent bij elkaar omhoog te halen?

We zouden er vandaag mee kunnen beginnen.

-P. Kees Maas, SVD-

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland