BOETEVIERING 2020

Welkom

 Mijn dierbaren,

Van harte welkom bij deze boeteviering,
die we beginnen in de naam van de Eeuwige,
Vader, Zoon en Heilige Geest.

Moge de barmhartige God in dit uur met ons zijn
en ons genadig zijn.

Mijn dierbaren,

Wij weten van onszelf,

dat we soms kleine mensjes zijn.

Klein, omdat we onder de maat blijven;

klein, omdat we anders doen dan we eigenlijk willen.

We voelen ons dan hopeloos verloren.

In deze boeteviering willen we,

met heel ons hebben en houden,

met heel onze schamelheid,

voor de barmhartige God gaan staan.

En dan misschien alleen maar zeggen:
”Barmhartige Heer, genadige God”.

HIJ weet dan wel, waar we om vragen

en wat we nodig hebben.

Hij zal de eerste stap doen en zich met ons verzoenen.
Laat HEM maar begaan.
Biddend en zingend willen we in dit uur

in de ruimte van Gods barmhartigheid gaan staan.

Lied:  Barmhartige Heer, genadige God; GvL psalm 103 II
Daarom zingen we nu het lied:

Gebed

Barmhartige God,
wij beseffen, dat wij schuldig zijn, als wij ons van elkaar afwenden
en elkaar zelfs verloochenen.
Wij bidden U: maak ons bereid ons met elkaar te verzoenen,
zodat wij elkaar leven geven in plaats van dood.
Moge wij uw barmhartigheid ervaren,
als wij elkaar barmhartigheid tonen,
naar het voorbeeld van Jezus Christus, Uw Zoon en onze Heer. AMEN.

Evangelielezing Lucas 22,54-62- Joh 21,15-17

Er worden nu twee teksten van Lucas en Johannes door elkaar gelezen,

om en om. Een donkere en een lichte tekst. Schuld en vergeving.

  1. De leden van de tempelwacht grepen Jezus vast, voerden Hem weg en brachten Hem in het huis van de hogepriester, terwijl Petrus Hem op een afstand volgde. Op de binnenplaats legden zij een vuur aan en gingen bij elkaar zitten. Petrus zat tussen hen in. Toen een meisje hem bij het schijnsel van het vuur zag zitten, zei ze, na hem scherp opgenomen te hebben: ‘Die was ook bij Hem’. Maar hij ontkende het zeggend: ‘Vrouw, ik ken Hem niet’.

    II. Na het ontbijt, aan het meer van Tiberias, zei Jezus tot Simon Petrus: ‘Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij meer lief dan dezen?’. Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, Gij weet, dat ik U bemin’. Jezus zei hem:  ‘Weid mijn lammeren’.

  2. Even later zag iemand anders hem en zei: ‘Jij bent ook een van hen’. Maar Petrus antwoordde: ‘Man, dat is niet waar’.

    II. Nog een tweede maal zei Hij tot Petrus: ‘Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?’, waarop deze antwoordde: ‘Ja, Heer, Gij weet dat ik U bemin’. Jezus herhaalde: ’Hoed mijn schapen’.

    I. Na verloop van ongeveer een uur verklaarde een ander met stelligheid ‘Waarachtig, die man behoorde bij Hem, hij is immers een Galileeër. Petrus antwoordde: ‘Man, ik weet niet wat je bedoelt’. Hij had het nog niet gezegd. of meteen kraaide een haan. Toen keerde de Heer zich om en keek Petrus aan. Het schoot Petrus te binnen, hoe de Heer hem gezegd had: eer vandaag een haan kraait, zult ge Mij driemaal verloochenen. En hij ging naar buiten en begon bitter te wenen.

    II. Voor de derde maal vroeg Jezus: ‘Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?’ Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: Hebt ge Mij lief?, en hij zei Hem: ‘Heer, Gij weet alles, Gij weet dat ik U liefheb’. Daarop zei Jezus hem: ‘Weid mijn schapen’.

Overweging:

Mijn dierbaren,
Zojuist waren wij getuige
van twee ontmoetingen tussen Jezus en Petrus.
De eerste, een heel tragische,
vindt plaats op de avond van Witte Donderdag.
Petrus verloochent Jezus tot driemaal toe.

Enkele uren nog maar,

nadat Petrus heeft deelgenomen aan Jezus’ liefdesmaal,
zegt hij over Jezus: ‘Ik ken hem niet’.

Petrus, die kort tevoren tegen Jezus had gezegd:
‘Ik zal je volgen, waarheen je ook gaat, al is het tot  in de gevangenis’

diezelfde Petrus zegt nu op de bewering: jij bent ook een van hen,

‘Man, dat is niet waar’.

Petrus, die het volste vertrouwen kreeg van Jezus

en tot hoofd van de kerk was aangesteld,

roept nu bang en laf uit: ‘Man, ik weet niet, wat je bedoelt.

Een drievoudige verloochening: Ik ken Hem niet’.

Eigenlijk een gemene rotstreek,
als je van je beste vriend zegt: Ik ken hem niet’.

Petrus durft zelfs zijn naam niet te noemen: ‘ik ken hém niet’.

Er is eigenlijk geen manier om iemand meer pijn te doen,

dan te zeggen’. ‘Ik ken jou niet, zelfs je naam niet’.

En juist in dat donkere uur van angst en verloochening

heeft de eerste ontmoeting plaats.

Deze wordt in één enkele zin beschreven:

‘Toen keerde de Heer zich om en keek Petrus aan’……

Wat hier gebeurt is genezend en levengevend.

Ofschoon Petrus uit angst het contact met Jezus afbreekt,

doet Jezus dat niet.

Integendeel, Hij neemt de eerste stap.

Hij zal de kwijnende vlaspit niet doven

en het geknakte riet niet breken.

Jezus kijkt Petrus aan, rustig en begrijpend.
En Petrus, die zich verloren waant, zich een verrader weet,

vindt juist dan de Heer op zijn pad.

Hij laat Hem opnieuw toe in zijn leven

en dan kan het proces van berouw beginnen.

Ook daar is weer één enkel zin genoeg

‘Petrus ging naar buiten en weende bitter…’

En dan de tweede ontmoeting, enkele dagen later,

aan het meer van Tiberias.

Je kunt je voorstellen,

hoe Petrus zich gevoeld moet hebben..

hij schaamt zich en wil wel door de grond zakken.

Petrus is bang te worden afgewezen

en te worden afgezet als hoofd van de kerk.
Maar er komt geen enkel woord van verwijt over Jezus’ lippen.

Enkel driemaal de vraag:

‘Simon, zoon van Johannes, hou je van me?’

Driemaal…,

zoals Petrus hem driemaal verloochende
En Jezus noemt hem bij zijn volle naam:
‘Simon, zoon van Johannes’.
En Hij stelt hem opnieuw aan als herder van de kerk:
’Hoed mijn schapen’.
Zo wordt Petrus’ verloochening

door Jezus beantwoord met vergeving

en een opnieuw geschonken vertrouwen.

Mijn dierbaren,

Op deze middag, hier in deze kapel

heeft een derde ontmoeting plaats.
Nu tussen Jezus en ons.

Ook wij moeten bekennen,

dat we de ander soms in de steek hebben gelaten.
Meer dan drie keer.

Als een medemens in moeilijkheden was
en mijn steun nodig had
en ik dan met of zonder woorden zei.
‘Ik ken jou niet’.

Of als ik mijn verantwoordelijkheid liet zitten

en daaraan voorbij ging met de woorden
‘Ik weet niet wat je bedoelt’.
Dit te beseffen,

kan heel pijnlijk zijn.

Zeker als je oog in oog komt te staan met Jezus zelf.

Dan zou je het liefst willen wegkruipen van schaamte.

Maar als we naar hem toegaan,

zullen ook wij geen enkel woord van verwijt te horen krijgen.

Maar Hij zal ons aankijken

en ons met onze volle naam aanspreken

en vragen: ‘Hou je van me?’

En dan kunnen we heel stil met Petrus zeggen:
‘Ja Heer, Gij weet toch dat ik van je hou;
je weet toch alles, wat er in mijn hart leeft’.

Dan zal onze verloochening en ons falen
door Hem worden beantwoord met vergeving
en met een hernieuwd geschonken vertrouwen.
Dan wordt deze ontmoeting ook voor ons
heilzaam en levengevend.

Stilte
Gewetensonderzoek  Ter overweging (3 minuten)

De volgende tekst mag dienen

als een persoonlijke overweging
die ons kan leiden tot een moment van berouw

God met ons,

u die genoemd wordt:

Ik zal er zijn

voor uw aangezicht kijken wij terug

op ons leven tot hiertoe

en wij spreken onszelf uit

in onze onvolmaaktheid

In uw licht kijken wij terug

op onze goede en kwade momenten

in onze relaties

met God en met anderen

binnen en buiten deze gemeenschap

Met dit alles komen wij bij U

en bidden:  vergeef ons onze schuld

open ons opnieuw voor uw aanwezigheid

wat wij tekort schoten, vul het aan

Breng aan het licht de mens

die U al hebt gezien

die verborgen

toch al aanwezig is in ons

en geef ons nu en in de komende tijd

de kracht die mens te worden.

We gaan nu in alle eerlijkheid onze fouten erkennen
en vragen om vergeving:

Na iedere bede zingen we driemaal: Heer, ontferm U….
Laat ons bidden,
dat in ons de gezindheid mag groeien van Jezus Christus,
die zijn leven durfde geven,  en vragen we om vergeving,
als we die groei in de weg stonden. Laat ons zingend bidden…

Laat ons bidden om vergeving,
als we elkaar te weinig respecteerden,
wanneer we anderen beoordeelden en véroordeelden,
omdat ze niet zijn zoals wij. Laat ons zingend bidden…
Laat ons bidden om vergeving,
als we anderen in de kou lieten staan
of hen zelfs verloochenden. Laat ons zingend bidden…


Rite van vergeving: (intussen zachte muziek)

Als teken van berouw en ommekeer wil ik je nu uitnodigen,

om naar voren to komen.
Wij zullen met de stola onze hand op je schouders leggen,
– de stola als symbool van nieuw ]even-.
en dan Gods ontferming over je afsmeken.

(tekst die priester zegt:
Moge God je genadig zijn

je zonden  en fouten vergeven

en je diepe vreugde schenken)

Slotgebed (samen)

Geest van God,

verzacht onze kritische ogen,

opdat wij zien in warmte en medeogen.

Open onze verstopte oren,

opdat wij de taal leren verstaan die ons bekend is.

Leer ons verstand om wijs te zijn,

wij bidden jou om zachtmoedigheid  en inzicht.

Onze Vader ‘Maak alles nieuw’. RB 415

Onze Vader in de hemel  …..

Geef uw Naam aan deze wereld …

Breng uw koninkrijk tot leven…

Wees de hemel, wees de aarde ….

Geef het brood in onze dagen …

En vergeef ons onze schulden…

Laat ook ons elkaar vergeven …

God verlos ons van het kwade
Zegen:

Moge de Heer je zegenen en behoeden,
moge de Heer de glans van zijn gelaat over je spreiden
en je genadig zijn;
moge de Heer zijn gelaat naar keren en je vrede schenken.

Slotlied:

We zingen nu als slotlied:

De Heer heeft mij gezien  en onverwacht,

ben ik opnieuw geboren en getogen GvL 421

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland