DERDE ZONDAG ADVENT 3B: VERHEUGT U, WEEST BLIJ

Evangelie  volgens Johannes1, 6-8; 19-28

Er trad een mens op, een gezondene van God: zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om te getuigen van het Licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht, maar hij moest getuigen van het Licht. Dit dan is het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en levieten naar hem toezonden om hem te vragen:‘Wie zijt gij ?’ Daarop verklaarde hij zonder enig voorbehoud en met grote stelligheid: ‘Ik ben de Messias niet.’ Zij vroegen hem: ‘Wat dan? Zijt gij Elia?’  Hij zei: Dat ben ik niet.’ ‘ Zijt gij de profeet?’ Hij antwoordde: Neen’. Toen zeiden ze hem: ‘Wie zijt gij dan? Wij moeten toch een antwoord geven aan degenen die ons gestuurd hebben. Wat zegt gij over uzelf?’ Hij sprak: ‘Ik ben, zoals de profeet Jesaja het uitdrukt, de stem van iemand die roept in de woestijn: maakt de weg recht voor de Heer!’ De afgezanten waren uit de kring van de Farizeeën. Zij vroegen hem: ‘Wat doopt gij dan, als gij de Messias niet zijt, noch Elia, noch de profeet?’ Johannes antwoordde hun: ‘Ik doop met water, maar onder u staat Hij die gij niet kent, Hij  die na mij komt, ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. Dit gebeurde te Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes aan het dopen was.

Acclamatie op het evangelie

Overweging

Weest altijd blij !

Mijn dierbaren,

Dit weekeinde spreekt heel de liturgie van vreugde en blijdschap.

Onweerstaanbaar jubelt het hart van de profeet Jesaja

in de eerste lezing:

‘Ik wil jubelen en juichen in de Heer,

mijn ziel wil zich verheugen in mijn God.’

Nou, daar kun je niet om heen.

En ongeremd roept ook Paulus

de geloofsgemeenschap van Tessalonica op:

‘Verheugt u – weest altijd blij – dankt God voor alles.’

Midden in de advent

worden we opgeroepen om te juichen en blij te  zijn.

Waarom die vreugde, waarom al dat gejubel?

Zo schitterend is het in onze dagen toch ook weer niet.

De ene crisis volgt op de ander.

Het zijn letterlijk en figuurlijk de donkere dagen voor kerstmis.

Kun je en mag je nog wel blij zijn in onze dagen?

Zijn al die teksten die we vandaag lezen wel realistisch?
Het is geen opgeklopte euforie, die geen fundament heeft?

En is het misschien dan toch waar,

dat, wat we in de kerk te horen krijgen

zo ver afstaat van het dagelijkse leven?

Zeg maar eens ‘Weest altijd blij’ aan al die mensen

die vanwege leeftijd of gezondheid geen baan kunnen krijgen.

Zeg maar eens ‘Dankt God voor alles’ aan die vele mensen

die met tegenzin deze kerstdagen tegemoet zien

omdat ze eenzaam de dagen moeten zien door te komen.

Zeg maar eens: ‘Verheug u, dans en jubel’

aan die vele duizenden vluchtelingen,

aan de verkrachte vrouwen van Syrië,

aan …………

aan de bevolking van Noord Korea…

Zouden we niet moeten zeggen:

‘Hou je mond over vreugde, blijheid en jubel!

Wees realistisch: onze wereld is een hoop ellende.’

Beste mensen,

Dat was in de tijd van de profeet Jesaja niet veel beter.

Ze hadden net een harde tijd van ballingschap achter de rug.

Ze voelden zich ontheemd en van God verlaten.

En dan komt daar die profeet met zijn beloftevolle woorden

over degene die hen zal verlossen:

Kijk maar eens mee in de eerste lezing:

”De Heer heeft mij gezalfd

om aan armen de blijde boodschap te brengen,

om te genezen allen wier hart gebroken is.

Om gevangenen vrijlating te melden.”…

Die profeet durft.

Hij laat zich niet de mond snoeren.

Want ondanks alle miserie geeft hij een sprankeltje hoop.
Eigenlijk tegen de klippen op. Wat een lef en moed!

Ondanks alle onrecht belooft hij een nieuwe toekomst.

Ondanks alle duisternis vermoedt hij een glimpje licht.

Welk recht hebben wij om die woorden ook vandaag te zeggen?

Mogen ook wij hopen op een nieuwe toekomst,

op een nieuwe gerechtigheid?

Ik hoor het ook onze paus zeggen in zijn nieuwe encycliek Fratelli Tutti,

waar hij nadruk legt op broeder- en zusterschap,
als fundament van een nieuwe wereld.
Als hij met zekere pen de mistoestanden in de wereld schildert

en een hartstochtelijk beroep doet op onze  verantwoordelijkheid.

Hij doet dat niet vanuit een pessimisme en een gevoel van hopeloosheid

maar vanuit een innerlijke vrede en vreugde.

En wij dan?

Laten we de moed zinken of pakken we aan?

Ik las een keer in Breda op een poster de tekst: Jezus Redt.

Iemand had er met een viltstift achter geschreven: Jezus redt  HET NOOIT. Met andere woorden: het wordt toch nooit wat.

Maar een tweede had er nóg een woord aan toegevoegd:

Jezus redt het nooit ALLEEN.

De kortste preek, die ik ooit gehoord heb.

JEZUS REDT HET NOOIT ALLEEN!!

Hij heeft ons nodig om zijn visioen waar te maken.

Hij, die de naam Vredevorst zal krijgen

heeft ons nodig om die nieuwe wereld waar te maken.

Als wij de moed hebben om tegen alle fatalisme in,

te geloven in een betere toekomst.

Dat wij durven geloven,

dat God zijn volk, zijn mensen niet in de steek laat.

Dat Hij zijn naam ‘Ik zal er zijn voor jullie’ zal blijven waarmaken.

En dat wij daaraan mogen meedoen.

Dan wordt Kerstmis 2020 geen leeg feest wordt

maar een teken van Zijn verblijf onder ons.

Weest altijd blij

Als de ene mens de ander met een blije snoet

vraagt naar zijn/ haar belevenissen van de dag,

verdwijnt de somberheid uit het huis.

Blijheid verlicht.

Als een verpleegkundige met een blij gezicht binnenkomt

en je een goeie morgen toewenst

is de pijn van de nacht al heel wat minder.

Blijheid geneest.

Als wij iemand helpen in nood

met een opgeruimd hart,

dan is de nood al grotendeels verholpen.

Als de koffieschenker/ster straks je een blij kopje koffie geeft,

smaakt het des te lekkerder.

Mijn dierbaren,

Die innerlijke blijheid heeft niets te maken met geld en goed.

Maar met een diepe innerlijke vreugde.

God is met ons, met jou en met mij.

Dat gaan we met Kerstmis vieren.

En nu al mag er de voorvreugde zijn.

Weest altijd blij!

 

-Pater Kees Maas, SVD-

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland