GASTVRIJHEID: 13e Zondag Door Het Jaar (A)

Evangelie:  Mat 10, 37-42

In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: “ Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig. En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden. Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die mij gezonden heeft. Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is, zal ook het loon van een profeet ontvangen; en wie een deugdzaam mens opneemt, omdat het een deugdzaam mens is, zal ook het loon van een deugdzame ontvangen.  En wie een van deze kleinen al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.”  

Acclamatie: Uw Woord is waarheid, Heer.

Overweging

Dierbare jij,

De coronacrisis heeft ons erg op onszelf terug geworpen. We waren erg gefocust op het aantal besmette personen, hoeveel overledenen er waren het aantal ic-patiënten de mondkapjes die wel of niet deugen en later op de versoepeling van de maatregelen en waar we op vakantie naar toe mogen en hoe het nieuwe normaal er uit gaat zien.

Ofschoon de gevolgen van de corona-epidemie nog steeds voelbaar zijn is het toch ook goed onze blik weer te richten op de mensen naast ons en die van ver weg. We hebben, denk ik, toch een tunnelvisie ontwikkeld op wat ons nu en hier overkomen is. 

We zien te weinig wat er óók nog gebeurt: Killer nummer 1 is niet corona, al is ieder slachtoffer er een te veel. Maar wereldwijd sterven de meeste mensen aan malaria. En een tweede killer, veel meer onzichtbaar, is het gebruik van suikers, met als gevolg diabetes en obesitas. Nu het roken vermindert, neemt het overmatig suikergebruik toe. En we gaan er gewoon in mee. Daar maken we ons niet druk over.

Maar goed, verder kijken dan onze corona-neus lang is. Waren  we tot nu toe, min of meer gedwongen, op onszelf gericht, nu kunnen we ons weer richten op de ander.

In de eerste lezing zien we een mooi voorbeeld van de gastvrijheid die de profeet Elisa ondervindt bij zijn taak als spreker namens de Heer. Hij krijgt onderdak bij een vriendelijk Bed and Breakfest. En in het evangelie spreekt Jezus ook over het opnemen van een profeet, een goed mens, een klein kind. Elders zegt Jezus zelfs: ‘wie een van deze kleinen opneemt, neemt Mij op’.

Vandaar dat in de oude kloosterorden gastvrijheid de hoogste prioriteit heeft..
Broeder/zuster portier heeft daarom de opdracht een gast, wie het ook is, te behandelen als was het Jezus zelf. Ook wordt er soms in de eetkamer een extra bord bijgezet, voor de Messias, voor een onverwachte gast aan tafel.

Gastvrijheid, dat is gast en vrijheid. Onze oosterburen noemen het Gastfreundschaft, daar zit het woord ‘Vriendschap’ in. Een mooie uitdrukking. Maar wat is gastvrijheid? Onderstaande tekst kan ons wat helpen

Gastvrijheid. 

Noem het zegening of risico, zij blijft de eenvoud zelve. 

Zij aarzelt niet. 

Zij stelt geen vragen naar vermogen of gezindheid, 

maar ze gebeurt van harte en spontaan. 

En zij spreekt, waar ter wereld ook, eenzelfde taal. 

“Kom binnen, kom. Ga zitten. 

Zie wat ik hier nog heb: 

een stukje brood, en wat te delen wijn. 

Een rustbank voor je gaat.  

En iets voor onderweg”

Zalig wie altijd plaats voorziet in zijn bestaan

voor wie voorbij komt, voor de onverwachte.

Zalig wie in zichzelf gemoedelijk de lamp aanhoudt

tegen de nacht van argwaan en vervreemding.

Kris Gelaude; Voor wie verstilling zoekt, Averbode/Forte

Deze tekst spreekt voor zich. De gastheer is naar buiten gericht, op het welzijn van de gast. Wat doet het goed, als je zo gastvrij wordt ontvangen. Ik kan dat uit eigen ervaring zeggen. Heerlijk te weten, dat je welkom bent, dat je je schoenen mag uittrekken, dat je je eigen gang mag gaan, dat er niet gevraagd wordt: ‘wanneer vertrek je weer?’

Dat viel een van mijn  Indonesische medebroeders op toen hij in Teteringen op bezoek kwam. De gastenbroeder, die de zorg heeft voor de gastenkamers en ook andere gasten verwachtte, vroeg hem: Wanneer vertrekt u weer?, zodat de kamer weer vrij zou zijn voor nieuwe gasten. Dit was zo tegen zijn gevoel van gastvrijheid in. ‘Wanneer ga je weer….

Gastvrijheid, het kan soms een risico zijn. Want wie haal je in huis? Maar meestal is het een zegen, voor beide kanten. En of het nu om een kop koffie gaat, om een lekkere babbel, of om een logé voor enkele dagen…. Gastvrijheid zorgt dan voor een warm huis.

Dit komt tot uitdrukking in het volgende gedicht dat me zeer na aan het hart ligt.

Een warm huis

Het is de aandacht voor elkaar

Die een huis warm maakt.

Het is het langs elkaar heen leven

Dat een huis koud maakt.

Geen haard is daar 

tegen op te stoken.

Het is de liefde voor elkaar

Die een huis warmt.

Je merkt het niet eens

Dat het haardvuur minderde.

Liefde maakt warmer 

dan welke kachel ook.

Het is de zorg om elkaar

Die een huis warmt.

De zorg van mensen

Die elkaar genegen zijn

En toegewijd leven.

Die zorg geeft zoveel extra warmte.

Het is het thuiskomen bij elkaar,

Weten dat er naar je wordt 

uitgezien,

Dat als een zegen is,

Als de vonk van een goddelijk vuur

Dat alles verwarmt.

Het is de gastvrijheid

Voor wie zoekt 

naar een schuilplaats,

Voor wie dreigt om te komen 

in verkild leven,

Die aan een huis meer geeft

Dan een onderkomen voor mensen.

Een warm huis,

Een huis vol licht,

Een huis waarin zorg is 

voor de sfeer,

Een huis waarin 

voor ieder ademruimte is

Dat is een gezegend huis.

Het kan misschien nog even duren,
voor we weer gasten in ons huis mogen ontvangen.
Maar de houding van gastvrijheid kunnen we
op veel manieren uitdragen.

In het leven staan met een gastvrij hart.

Van Marinus van den Berg

-Pater Kees Maas, SVD-

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland