KERSTMORGEN: HET IS VOL WOND’REN OM U HEEN

Evangelie volgens Johannes 1,1-14

In het begin was het Woord

En het Woord was bij God

En het Woord was God.

Dit was in het begin bij God.

Alles is door Hem geworden

en zonder Hem is niets geworden

van wat geworden is.

In Hem was leven

En dat leven was het licht der mensen.

En het licht schijnt in de duisternis

Maar de duisternis nam het niet aan.

 

Er trad een mens op, een gezondene van God;

Zijn naam was Johannes.

Deze kwam tot getuigenis,

Om te getuigen van het Licht

Opdat allen door hem tot geloof zouden komen.

Niet hij was het Licht

Maar hij moest getuigen van her Licht.

Het ware Licht dat iedere mens verlicht

Kwam in de wereld.

Hij was in de wereld;

De wereld was door Hem geworden,

En toch erkende de wereld Hem niet.

Hij kwam in het zijne,

Maar de zijnen aanvaardden Hem niet.

Aan allen echter die Hem wel aanvaardden,

Aan hen die in zijn Naam geloven,

gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden.

Zij zijn niet uit bloed noch uit begeerte van het vlees

Of de wil van een man,

Maar uit God geboren.

Het Woord is vlees geworden

En heeft onder ons gewoond.

Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd,

Zulk een heerlijkheid

als de Eniggeborene van de Vader ontvangt,

vol genade en waarheid.

 

Acclamatie op het evangelie

 

Heden zult gij zijn glorie aanschouwen, hier is uw God.

Heden is onze Heiland geboren, Christus de Heer

 

Overweging

 

Mijn dierbaren,

 

In het begin was het Woord… Zo begint Johannes zijn evangelie.

In het begin… schiep God hemel en aarde,

zo staat er aan het begin van het scheppingsverhaal.

En God schiep het licht, de planten, de dieren, de mensen.

God schiep hen door zijn woord.

En God sprak…. er zij licht, en er wás licht’.

Ja, in het begin was het Woord.

 

Johannes begint dus zijn evangelie net als het scheppingsverhaal.

Toen, in den beginne schiep God het leven door zijn woord.

Nú zend Hij zijn Woord zelf naar de aarde.

God maakt een nieuw begin door zijn Woord.

 

En dan lees ik de plechtige woorden:
”En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond”.

Het Woord van God werd mens in Jezus
en werd onze
bondgenoot, de mensen zoon.

Ja, God komt ons rakelings nabij.

Eigenlijk niet voor te stellen….

 

God is ook niet voor te stellen.

We hebben er geen woorden voor.

Daarom wil Hij onder ons zijn in zijn Zoon.

Door Hem kunnen wij iets van God leren kennen.

 

En zoals geschreven staat in de tweede lezing:
Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid
en het evenbeeld van zijn wezen
en Hij houdt alles in stand door zijn machtig woord.

 

De afstraling van Gods heerlijkheid…..

Soms kom je iemand tegen, die je eigenlijk niet kent.

En toch zie je in die persoon de trekken van zijn vader.

Je bent er zeker ene van ……

en dan noemen we de naam van zijn vader.
Ze lijken op elkaar.

Eeuwenlang hebben profeten op hun manier verteld
wat God ons wilde zeggen.
Maar nu spreekt God zelf zijn eigen Woord:
in een kind, in een stal in Bethlehem. …..
Geen machtswoord, dat de aarde doet trillen,
maar een bescheiden Woord,
onopvallend, haast onaanzienlijk
, aan het uiteinde van de aarde..
Vorige week zeiden we al:
God komt in stilte.
Gods Woord is geen barse taal.
Het is geen schreeuw of
harde stem die aandacht opeist.
Gods Woord is heel bescheiden: een kind
je in een kribbe..

Mijn dierbaren, wat doen wij hiermee?
Wat betekent di
t voor ons?

Wij gaan als christenen dat kind en later de man Jezus achterna;
we laten ons door hem inspireren, ja toch?
Waarom zijn we anders hier in de kerk?

Waarom vieren we anders Kerstmis?

Wij hebben toch wat met
het kerstkind, met die man.                                     Maar wát hebben we met het kerstkind?
Welke invloed heeft het op mijn leven, nú?

Wie ben ik dan?
         

En we lazen zojuist in het evangelie:
”Aan hen die in zijn Naam geloven,

gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden.”

Dus mogen ook wíj ons zonen en dochters van God noemen.

Jezus, onze broeder en bondgenoot laat zien
wie zijn en onze Vader is.

Laten wij dat ook zien?
Mogen wij ook op ons zelf die spreuk toepassen:
Zo Vader, zo zoon
, zo dochter?

 

Als we naar Jezus kijken en in Zijn voetsporen treden

zijn ook wij mensen die verwijzen naar de Vader.
Die de trekken van de Vader in zich dragen.

Dat is niet niks. Dat is een grote uitdaging.

Maar zeker niet onmogelijk!!

Van de eerste christengemeente werd gezegd:
’Ziet hoe ze elkaar liefhebben.’

Dat viel buitenstaanders op.
Je hoort ze zeggen:

“Die volgelingen van Jezus van Nazareth, weet je wel
die in zijn leven zo goed was, ze zijn ook zo.
ze houden echt van elkaar. Kijk maar

 

Zo mag Kerstmis een dag zijn met een bijzondere opdracht:

Dat u en ik in ons leven mogen verwijzen naar de Vader.

Dat wij dat doen in navolging van Jezus, het Woord bij uitstek.

 

We zijn hier nooit mee klaar, maar dat hoeft ook niet.

Het kan elke dag kerstmis zijn,

als ons leven in het voetspoor van het kerstkind gaat..

 

Dat valt niet altijd mee.

Hem achterna gaan,

die zoon van de timmerman,

en de Zoon van God.

 

Ik wil eindigen met een gedicht van Gabriel Smit:

Een kind

Een kind loopt langs de wegen,
het is een timmermanskind,
het komt veel mensen tegen,
het heeft veel tegenwind.

Het loopt met beitel en hamer
vriendelijk van huis tot huis
en biedt voor elke kamer
een gloednieuw, glanzend kruis.

Maar de deuren blijven gesloten,
men is van alles voorzien,
van stofzuigers, radio, loten,
een kruis en een maaimachien.

Een kind loopt langs de wegen,
het is een timmermanskind,
het komt veel mensen tegen,
het heeft veel tegenwind.

Gabriël Smit
(uit: Ik geloof, Utrecht: Het Spectrum, 1957)

Ondanks de tegenwind, gaan ook wij door,
samen
, als geloofsgemeenschap                                                                                     als mensen met elkaar rond het Kind van Bethlehem..
Ja, het is vol wond’ren om ons heen!!!

-Pater Kees Maas, SVD-

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland