Gaudete Zondag

P.Jan Holman, SVD

De naam van een persoon is in de Bijbel belangrijker dan in onze cultuur. De naam duidt een opdracht, een bestemming, een levensprogram aan. De naam vat heel het leven van een naamdrager samen. Johannes, Jochanan in het Aramees, betekent: ‘Jahweh is genadig’.  Dit is de kern van de boodschap van onze evangelielezing.

Johannes  de Doper is de zoon van Zacharias, een bejaarde priester en Elisabeth, een van nature onvruchtbare vrouw, bovendien al op leeftijd. De evangelist wil met deze menselijkerwijs onmogelijke geboorte zeggen  dat dit kind een echt godsgeschenk is.

Elisabeth, de moeder, sluit de rij van onvruchtbare moeders  van het Oude Testament zoals  Sara de moeder van Isaak (Genesis 21). de naamloze moeder van Simson (Rechters 13), Hanna , de moeder van Samuel (1 Samuel 1), de naamloze ‘maagd/jonge vrouw‘ de moeder van Emmanuel (Jesaja 7, 14). De mannen van deze wonderbare moeders staan er bij en kijken er naar. Ze worden niet genoemd. Ze hebben het nakijken.

Gesterkt door de heilige Geest groeit Johannes op. Ofschoon hij door zijn geboorte als zoon van priester Zacharias het erfelijk priesterschap kan claimen, trekt Johannes zich terug in de woestijn. (Onze Joodse medeburgers die ‘Cohen’ heten, zijn priesters van het Oude Verbond door afstamming.)

Johannes staat te boek als een asceet. Men vermoedt dat hij tot de groep van de Essenen behoort. Zij zijn monniken die gehoorzaamheid  aan de gemeenschap, collectief bezit en celibaat praktiseerden.  Zij worden in verband gebracht met de communiteit van Qumran, aan het begin van onze jaartelling in de barre woestijn van Juda, grenzend aan de Dode Zee in Palestina.

Johannes wordt  door God geroepen zijn contemplatief leven op te geven en te gaan preken in de vallei van de Jordaan, tussen oktober van het jaar 27 en oktober28.

De bijnaam ‘De Doper’ dankt Johannes aan de de Joodse doop die zijn verkondiging vergezelt, maar dan wel in een nieuwe vorm. Oorspronkelijk was dat een ritueel waarin de gelovige zichzelf onderdompelt voor een hygiënische en religieuze reiniging.  ‘De Doper’  roept de mensen op zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden  te verkrijgen’( Marcus 1,4). ‘De Doper’ volgt hierin de ritus van de Essenen. Johannes, profeet van God, dompelt de mensen namens God eigenhandig  onder. Zo laat hij zien dat de mens voor Gods aanschijn niet zichzelf kan reinigen van schuld, maar daartoe is aangewezen op de hulp van Boven. Het doopsel van Johannes is een symbool van bekering.

Op deze dooppraktijk van Johannes is het doopritueel  van de christenen gebaseerd. Daarin wordt de mens, ondergedompeld en zo wedergeboren tot een nieuwe schepping in verbondenheid met Christus.  (2 Korintiërs 5,17).

Johannes’ boeteprediking is compromisloos. Hij spreekt zijn toehoorders aan met ‘addergebroed’. Hij verwijt hun een vals gevoel van godsdienstige veiligheid (‘Wij hebben Abraham tot vader’) Voor hem is bekering : ‘óm- denken’, een verandering van gedachten. Bekering heeft serieuze gevolgen voor de praktijk van het dagelijks leven.

Het tamelijk ruige optreden van Johannes de Doper lijkt haaks te staan op het program van zijn naam ‘JHWH is genadig’. Gods genade is geen ‘goedkope genade’.  Deze term stamt uit het boek van  Dietrich  Bonhoeffer  (1906-1945) Navolging (1937). Net als Johannes de Doper wijst Bonhoeffer  ‘de goedkope genade’ af als te gemakkelijk, zonder consequenties, zonder bekering.  Bonhoeffer preekt, net als Johannes de Doper, ‘de kostbare genade’. ‘Kostbaar’:  omdat die genade je het leven kan kosten.  ‘Genade’: omdat zij  ons het ware leven schenkt. Alleen in een goed voorbereid hart kan Gods genade landen. Er wordt een ‘eigen bijdrage’ van ons verwacht. Moge het feest van Johannes de Doper ons dat duidelijk hebben gemaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland