In Memoriam BROEDER PIET VAN DER PEET SVD

In Memoriam BROEDER PIET VAN DER PEET SVD

In de vroege morgen van 2 november 2019 is in het Missiehuis St. Franciscus Xaverius te Teteringen op 96-jarige leeftijd overleden:
BROEDER PIET VAN DER PEET SVD
Op vrijdag 8 november zullen we hem gedenken in een plechtige Eucharistieviering in de kapel van Park Zuiderhout, Arnold Janssenlaan 46 te Teteringen en hem daarna op ons SVD-kerkhof aldaar te ruste leggen.
Piet wordt op 29 oktober 1923 geboren in Haarlem, als negende van elf kinderen van Henricus van der Peet en Cornelia van Bruggen. Vader heeft een melkhandel en de meesten van de elf kinderen gaan met melk rond, ieder heeft zijn of haar eigen wijk. Als de oorlog uitbreekt is Piet 17 en wordt hij door de bezetter voor de keuze gesteld: of naar Duitsland voor dwangarbeid of naar de Hoogovens. Piet kiest voor het laatste en komt op de inkoopafdeling terecht, waar hij heel wat kolen enz. smokkelt. Een geluk is ook dat hij boekhouddiploma’s kan halen, die hem later van pas zullen komen. Hij heeft plezier in het boekhouden, maar hij wil meer. Hij wil zijn vaardigheden ook gebruiken om mensen mee te helpen en dus kiest hij ervoor om broeder te worden bij de SVD. Op 2 februari 1948 komt hij naar Teteringen. Later zegt hij daarover: ‘Broeder was in die tijd wel tweederangs. Daar moest je doorheen. Je werd ingezet waar ze je voor konden gebruiken’. Als voorbeeld vertelt hij, dat hij vlak voor een priesterfeest tot bakker werd benoemd. Maar hij had geen enkele ervaring met het bakkersgilde. Maar de novicemeester zei: “bak het maar”. Hij deed het en kreeg er zelfs plezier in. Gelukkig krijgt hij daarna passend werk in de boekhouding in Steyl.
Vaker in zijn leven weet hij zich niet gelukkig met zijn positie als broeder. Dat blijkt uit zogenaamde leuke opmerkingen over ‘de Broeder in de SVD’, die echter voortkomen uit negatieve ervaringen.
In 1975 krijgt hij een benoeming voor de Filipijnen. Dat blijkt achteraf de mooiste tijd te zijn in zijn hele leven. Het begin wat ongemakkelijk. De bisschop van Mindoro, bij wie hij in dienst komt, heeft geen geschikt werk voor hem. Het enige wat hij mag doen is zijn haar knippen…
Een half jaar later zit Piet in Manilla. Daar is een grote drukkerij en een beeldenmakerij. Kruisbeelden, heiligenbeelden, kerststallen in verschillende maten worden er geproduceerd. Maar hij kan meer. Hij krijgt de kans een IBM-cursus te volgen voor computers. De bedoeling is dat hij procurator wordt van de grote universiteit San Carlos in Cebu met 30 tot 40.000 studenten. Dat het daar om miljoenen gaat is wel duidelijk. Hij zegt: “wat we allemaal hebben meegemaakt met geld, ongelofelijk!”

Na 8 jaar komt er een nieuwe taak: provinciaal procurator van Manilla. En als hij er over verteld beginnen zijn oogjes te glimmen. Zijn voorganger was plots gestorven. Hij erft een bijna bankroete situatie. Tien jaar heeft het geduurd, zegt hij, voordat de financiën gesaneerd waren en ze weer geld hadden.

De laatsten jaren, dat Piet in de Filipijnen werkt, zet hij zich in voor het grootseminarie van 8 diocesen in Davao in het zuiden, weer als procurator.
In 1981 schrijft hij vanuit Davao: “Ik had de provinciaal gevraagd om een soort ‘Sabbatical Year’, een jaar uit de business. Ik heb al meer dan 30 jaar in de zaken gezeten en nu wilde ik eens wat ander missiewerk doen dan alleen maar centen tellen en bij elkaar garen en weer uitgeven”. Daar was hij niet erg voor te vinden. Toen vroeg ik om een jaar bij de Verstraelen’s te wonen. Hij gaf verlof maar twee weken later zei hij dat het niet door ging. Na een paar maanden en een goed gesprek was het verlof er weer wel, en twee weken later was het weer niet! Toen kwam Nemi als alternatief…. Uiteindelijk zijn we overeengekomen dat ik een jaar in ons huis in Surigao zou wonen. Ik kon er sociaal werk doen, wat lezen en op verhaal komen”
In 1983 vraagt de Nederlandse provinciaal hem om terug te komen en de leiding van de procuur over te nemen. Een delicate zaak, want zijn voorganger is priester…. Tot 1986 neemt hij deze taak waar, maar vraagt dan om ontheffing ervan. Dat schept voor de provinciale raad een groot probleem. Men begrijpt de motieven van Piet, maar kan geen nieuwe procurator tevoorschijn toveren. Ze kunnen Piet eigenlijk niet missen.
Er wordt hem ook de suggestie gedaan om naar Montenau te gaan!! Dat is nog voor de missionaire contemplatieve communiteit daar woont. Daar ziet Piet echt geen heil in.
Na een visitatie van pater Generaal wordt hij in 1989 naar enkele Afrikaanse provincies gestuurd, voornamelijk naar Kenya en Ghana. Hij voelt zich – met een zekere ironie- een ‘unbezahlte Klosterknecht’. Maar het zal toch een bijzondere inspannende taak worden, die veel van zijn krachten vraagt. Aanvankelijk voor twee jaar, maar tijdelijke benoemingen hebben vaak een langere staart. Zo ook deze.
Uit zijn regelmatige post naar de missieprocuur is veel informatie te halen over al die jaren Afrika. Om de lezer een beeld te geven nemen we even het jaar 1993:
• Nairobi februari: Piet is een maand in het ziekenhuis vanwege wat hij noemt een “bezoeker”, dat een Guinea-worm blijkt te zijn. Die blijft hem ook daarna een hele tijd lastigvallen. Na die maand maakt hij een reis naar Madagaskar.
• Augustus: dan is hij net terug van een 4-weekse reis door Afrika: Angola, Zimbabwe en Botswana, met alle moeilijkheden ter land, (ter zee) en in de lucht. Slechte wegen, geen vliegtuig, koude en hitte, onveiligheid.
• 8 december: hij komt van Ghana naar Amsterdam, om dan via Rome weer naar Kenya te vliegen. En zo gaat dat maar door.

Het zou zeker interessant zijn zijn leven als reizende econoom/ procurator op schrift te stellen. Piet zelf weigert altijd zijn verhalen op schrift te (laten) stellen. Hij zegt ooit tegen degene die hem interviewt: “Je moet een econoom nooit om een interview vragen” Er was te veel waarover hij moet zwijgen en dat doet ie ook, al laten zijn verhalen wel vermoedens blijken.
In mei 1997, hij is dan 74 jaar, denkt Piet eraan om het jaar daarop weer naar Nederland te komen. Hij is dan in Ghana, waar een Ghanese broeder zijn taak kan overnemen. Hij dingt naar een aanleunwoning in Zuiderhout. Hij voelt zich dan nog prima, geen kwalen en dergelijke dingen. Maar Ghana is voor hem geen plaats om oud te worden.
In 1998 komt Piet voorgoed naar Nederland. Wel zal hij nog af en toe naar de Filipijnen (2000 Grootseminarie Davao) en Ghana (2001) gaan, om in te vallen en de boeken te sluiten. Andere aanvragen van Ierland (2004) en Ghana (2005) werden niet meer ingewilligd door het Generalaat. Wel een teken, dat Piet op zijn vakgebied zeer werd gewaardeerd.
Nu worden de bungalows zijn domein. We kennen hem de laatste jaren als lector bij onze dagelijkse Eucharistieviering. Met heldere stem weet hij de lezingen voor het voetlicht te brengen. Hij vertelt, dat die taak hem zijn hele leven in veel landen werd toebedeeld.
Verder houdt hij via internet contact met vele plaatsen in de wereld. Hij is van veel op de hoogte en blijft met zijn goede geheugen op onderhoudende toon zijn luisteraars boeien. En als hij op dreef is en vanwege zijn doofheid niet zijn eigen stem in bedwang heeft, kan de hele eetzaal meeluisteren. Ja, een verteller is hij.
De laatste anderhalve week voelt hij zich niet goed. Krijgt het benauwd, vooral bij het opstaan. Dan ademt hij zwaar. De dokter komt bij hem en geeft hem medicatie. Maar echt helpen doet het niet. Toch is hij trouw bij de Eucharistieviering en de maaltijden. Op 29 oktober is het zijn 96ste verjaardag, die hij als oudste van de communiteit mag vieren. Daar is ie best trots op. En zonder met zijn ogen te knipperen heeft hij het soms over andere medebroeders als ‘die oudjes’. Wel gaan op zijn verjaardag zijn beide computers stuk. Dat vindt ie wel heel erg. Zijn computer is zijn home. Elke morgen, na het ontbijt gaat ie de nodige kranten lezen. En overal vandaan krijgt hij mooie foto’s op zijn scherm. En in de avonduren is hij aan het puzzelen, gemakkelijke en moeilijke.
Na 19.00 uur ’s avonds blijft hij op zijn kamer. We kunnen hem ermee plagen, dat het dan kinderbedtijd was. Hij komt gewoonlijk niet naar de avondrecreatie, behalve de laatste keer, als we twee dagen na zijn verjaardag bijeenkomen om die alsnog samen met twee andere medebroeders te vieren. Hij zou maar een half uurtje blijven, maar blijft het volle uur, mét al zijn verhalen. Of dat zijn afscheidsgroet was….
Die laatste nacht kreeg hij het weer benauwd. Hij belt om de nachtzuster. Als die komt ziet ze dat hij weer erg benauwd is. Dus wil ze hem een pilletje geven voor onder zijn tong. Als ze zich omdraait om het hem te geven, is het niet meer nodig. Piet is overleden. Het is 00.15 uur, net Allerzielen. Diezelfde dag komen we samen in onze gebedsruimte, waar Piet opgebaard ligt, om als communiteit afscheid van hem te nemen. Dat kunnen we doen in het bijzijn van zijn neef, samen met vrouw en dochter. We halen herinneringen aan hem op, vooral over zijn gave om te vertellen van zijn wereldwijde ervaringen. We zullen hem missen. Het zal stil worden bij het ontbijt. Het zal stil zijn tijdens de vredewens in de grote kapel, als hij met luide stem de vredeswens uitsprak.
Een markante figuur is Piet. Een graag geziene gast. Een die zich met veel toewijding en de nodige (soms galgen)-humor door het leven slaat. Die de ouderdom met waardigheid draagt en ervan geniet. En nu Piet, na je heengaan….?
En niemand valt, of hij valt in Uw handen en niemand leeft, of hij leeft naar U toe

Teteringen, 9 november
Kees Maas, svd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland