Het Koninkrijk van God

Jan Holman,SVD

Al vaker heb ik er op gewezen dat het bij een parabel van Jezus steeds gaat om één punt van aandacht, het zwaartepunt, de pointe van het verhaal (het in de vaktaal zo geheten tertium comparationis). Wáár ligt, met andere woorden,  het vergelijkingspunt waaruit de toehoorder kan afleiden wat Jezus  eigenlijk met deze parabel over het Koninkrijk van God bedoelde?

Vandaag horen we twee parabels, maar ik ga toch niet twee maar drie dingen uitleggen:  (1) het Koninkrijk van God, (2) de rol van het zaad in deze gelijkenis, (3) de handelwijze van de boer van de parabel, die zaait, gaat slapen en dan oogst. Ik denk namelijk dat onze parabel twéé zwaartepunten heeft, twéé aandachtspunten, twéé pointes: het zaad en de boer.

(1)Eérstens iets over dat Koninkrijk van God. Ter toelichting van het Koninkrijk van God gebruik ik graag  als uitgangspunt die bekende zin van Gerard Reve: ‘Dat Koninkrijk van U, weet u wel, wordt dat nog wat?’.  Vandaag wijs ik er op dat de Bijbel in Gewone Taal  (2014) ‘het Koninkrijk van God’ stelselmatig vertaalt met : ‘Gods nieuwe wereld’. Dat is in de roos geschoten. Dáár gaat het uiteindelijk om: een wereld waarin Gód het voor het zeggen heeft, waar Gód met plezier naar kijkt. Een wereld waarin wij allemaal echt gelukkig kunnen zijn. Jezus heeft ons géén definitie gegeven van dat Koninkrijk van God, maar béélden, schilderingen, indrukken, vergelijkingen, parabels van dat Koninkrijk van God.

(2)Ten tweede. In de parabel die we zojuist in de  evangelielezing gehoord hebben, kun je het lot van het zaad dat stilletjes ontkiemt als beeld van het Koninkrijk van God als  hoofdzaak beschouwen. Maar er zijn mensen die vinden dat de boer die zááit, vervolgens sláápt en dan gaat óógsten, minstens zoveel aandacht verdient. Onze parabel hoort tot de zogeheten ‘groeiparabels’. Denken we aan de gelijkenis van  de zaaier (Marcus 4, 1-20); het zuurdesem (Matteüs  13, 33); het onkruid op de akker (Matteüs 13, 30); het sleepnet (Matteüs 13, 47).

Dat zaad staat voor het Woord van God over het Koninkrijk van God dat Jezus verkondigt. We noemen het ook ‘het evangelie’ oftewel ‘de Blijde Boodschap’. Het heeft een kiemkracht in zich om tot volle groei te komen. Ook al zien we daar niets van, Jezus geeft ons de zekerheid dat zijn Woordverkondiging  haar doel zal bereiken. Het valt ons in de Westerse wereld heden ten dage moeilijk te geloven in die groei en bloei van het Evangelie. We zien er zo weinig van. En tóch. We hebben de geloofszekerheid dat de zachte krachten van het Evangelie zullen winnen, zoals de dichteres Henriëtte Roland Holst (1869-1952) het uitdrukt.

De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind — dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.

De machten die de liefde nog omkluistren
zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen,
dan kan de groote zaligheid beginnen
die w’als onze harten aandachtig luistren

in alle teederheden ruischen hooren
als in kleine schelpen de groote zee.
Liefde is de zin van ’t leven der planeten

en mensche’ en diere’. Er is niets wat kan storen
’t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten:
naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.

 

(3) De boer zaait, gaat slapen en oogst. Wie is die boer die zaait?  Het is Jezus zelf. Hij heeft het zaad van evangelie uitgestrooid in onze wereld. Hij is zeker van de oogst. Dat slapen van Jezus is een beeld voor zijn vertrouwen dat de verkondiging van het Koninkrijk van God succes zal hebben. In het relaas van de storm op het meer in Marcus 4, 38 lezen we ook dat Jezus ligt te slapen.  Algemeen wordt aangenomen dat de evangelist Marcus dit verhaal bedoelt als een beeld van de kerk die het in zijn tijd (70 na Christus) zwaar te verduren had. ‘Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. Maar hij lag achter in de boot op een kussen te slápen. Ze maakten hem wakker en zeiden: ‘Meester kan het u  niet schelen dat we vergaan?….Hij zei tegen hen : “Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?”’.  De Heer spoort ons aan, ook in onze tijd, geduldig op Gods macht te vertrouwen.

Niet ons onrustig heen en weer draven brengt het Koninkrijk van God , (oftewel ‘Gods Nieuwe Wereld’), tot stand. Het belangrijkste is Góds werk. Wij mogen daaraan mééwerken. Gelovig vertrouwen op God die in stilte werkt en het zaad van zijn Woord laat rijpen. Daartoe worden wij opgeroepen in dezer parabel.

De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind — dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.

Tot slot. Maar, zult u zeggen, het gaat niet goed met de kerk in Nederland. Hierop antwoord ik met een goed bericht uit de actualiteit. Vroeger was Nederland het land dat de meeste missionarissen uitzond. (Nederland telde minder dan één procent van de katholieken van de wereldkerk, maar zond tien procent van alle missionarissen uit.)

Tegenwoordig zijn de rollen echter omgekeerd. De Nederlands/Belgische SVD Provincie heeft bijvoorbeeld heeft ca. 20 buitenlandse missionarissen in haar midden.  Zij komen uit Indonesië, Filippijnen, India, Communistisch China (!),  Ghana, Kongo, (Togo). Gedreven door de missieopdracht van Jezus proberen zij een antwoord te geven op de missionaire uitdagingen die zich hier en nu in ons land op allerlei manieren voordoen.

Waarin bestaat dit antwoord? Het beste kunnen we  dit illustreren door een opsomming van enkele van hun activiteiten: begeleiding van vluchtelingen en migranten, pastoraat onder christelijke migrantengemeenschappen, meewerken met een inloophuis voor dak- en thuislozen, zorg voor het Internationaal Studentenpastoraat, samenwerking met buurt- en wijk-huizen en deelname aan dialooggroepen met Hindoes en Moslims. Hun taak is uitdrukkelijk missionair. De bedoeling is niet dat zij de openvallende plaatsen in de parochies gaan opvullen als pastoor of kapelaan. Wel zorgen zij ervoor dat de Eucharistie in meer kerken gevierd kan worden. Deze buitenlandse missionarissen willen er toe bijdragen dat er in de parochie – clusters een missionaire geest groeit en bloeit.

Zij komen niet naar ons toe vanuit een positie van superioriteit, zoals destijds de blanke missionarissen naar hen toe gingen. Zij brengen het missiebevel van Jezus, zoals beschreven door Marcus in onze evangelielezing, letterlijk in praktijk. In materieel opzicht komen ze met lege handen naar ons toe: ‘geen  brood, geen tas en geen geld’ (De Bijbel in Gewone Taal).

Een van de eerste dingen die enkele van deze buitenlandse missionarissen na aankomst op Schiphol  doen, is in Teteringen bij Breda het graf bezoeken van de missionaris die hun het Goede Nieuws heeft gebracht en hen heeft gedoopt. Ze zijn dankbaar ‘iets terug te kunnen gaan doen’.

De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind — dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.  Amen

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

call Svd Holland